Site Tools


aftrek:factuur

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
aftrek:factuur [2024/11/13 11:02] avdoesumaftrek:factuur [2024/11/25 09:59] (current) – [3.4 Overeenkomst kan een factuur zijn] avdoesum
Line 7: Line 7:
 ---- ----
  
 +  * [[aftrek:formele en materiele voorwaarden|Formele en materiele voorwaarden]]
   * [[aftrek:bewijslastverdeling_aftrekrecht|Bewijslastverdeling aftrekrecht]]   * [[aftrek:bewijslastverdeling_aftrekrecht|Bewijslastverdeling aftrekrecht]]
   * [[aftrek:correctie van facturen|Correctie van facturen]]   * [[aftrek:correctie van facturen|Correctie van facturen]]
Line 13: Line 14:
  
 ====1. Aantekeningen==== ====1. Aantekeningen====
 +===1.1 Onderscheid voorwaarden, moment ontstaan en moment uitoefening aftrekrecht===
  
-===1.1 Materiele voorwaarden aftrekrecht===+  * Er moet mijns inziens een onderscheid gemaakt worden tussen de __voorwaarden__ voor het recht op aftrek van voorbelasting (zodra aan materiele vereisten is voldaan), het moment waarop het recht op aftrek van voorbelasting (zodra het belastbare feit zich heeft __voorgedaan__) en (het moment van) de __uitoefening__ van het recht op aftrek van voorbelasting.
  
-  * Senatex \\ **28** Krachtens artikel 167 van richtlijn 2006/112 ontstaat het recht op aftrek op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt. De materiële voorwaarden waaraan moet zijn voldaan opdat dit recht ontstaat, zijn opgesomd in artikel 168, onder a), van die richtlijn. De betrokkene kan het recht op aftrek dus slechts genieten indien, ten eerste, hij een belastingplichtige is in de zin van deze richtlijn en, ten tweede, de goederen of diensten waarvoor aanspraak op dat recht wordt gemaakt, door de belastingplichtige in een later stadium zijn gebruikt voor zijn eigen belaste handelingen en in een eerder stadium door een andere belastingplichtige zijn geleverd of verricht (zie in die zin arrest van 22 oktober 2015, PPUH Stehcemp, C‑277/14, EU:C:2015:719, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak). 
  
 ---- ----
  
-===1.2 Formele voorwaarden aftrekrecht=== 
  
-  Senatex \\ **29** Wat de formele voorwaarden voor het recht op aftrek betreft, volgt uit artikel 178onder a), van richtlijn 2006/112 dat de uitoefening van dit recht afhankelijk is van het bezit van een __overeenkomstig artikel 226 van deze richtlijn opgestelde factuur__ (zie in die zin arresten van 1 maart 2012Kopalnia Odkrywkowa Polski Trawertyn P. GranatowiczM. WąsiewiczC‑280/10, EU:C:2012:107, punt 41, en 22 oktober 2015PPUH StehcempC‑277/14EU:C:2015:719punt 29)Ingevolge artikel 226punt 3, van deze richtlijn moet de factuur met name het btw-­identificatienummer vermelden waaronder de belastingplichtige de goederen heeft geleverd of de diensten heeft verricht.+===1.2 Belang van het bezit van een factuur=== 
 + 
 +  [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62002CJ0152|Terra Baubedarf]] \\ HvJ 29 april 2004, Zaak C-152/02, Terra Baubedarf-Handel GmbH tegen Finanzamt Osterholz-Scharmbeck, ECLI:EU:C:2004:268, FED 2004/707 \\ **32** Blijkens artikel 18lid 1, sub a, gelezen in samenhang met artikel 22, lid 3, van de Zesde richtlijn __is daarentegen de uitoefening van het recht op aftrek als bedoeld in artikel 17, lid 2, sub a, van deze richtlijn normaliter gebonden aan het bezit van het origineel van de factuur__ of van het document datvolgens de door de betrokken lidstaat vastgestelde criteriakan worden geacht als zodanig dienst te doen (arrest Reisdorfreeds aangehaald, punt 22). \\ **33** Met betrekking tot de aanslagperiode waarvoor genoemde aftrek dient te worden toegepastis van belang dat, zoals de Duitse regering en de Commissie hebben benadruktuit de Duitse versie van artikel 18lid 2eerste alineavan de Zesde richtlijn niet met nauwkeurigheid kan worden opgemaakt of de periode waarvoor het recht op aftrek kan worden ingeroepen de periode is waarin het recht op aftrek is ontstaan of die waarin zowel is voldaan aan de voorwaarde inzake het bezit van de factuur als die inzake het recht op aftrek\\ **34** Ondanks de dubbelzinnigheid van de Duitse versie van genoemde bepaling op dit punt, volgt evenwel uit met name de Franse en de Engelse versie van de Zesde richtlijn dat de aftrek waarop artikel 17lid 2, van deze richtlijn doelt, moet worden __toegepast voor de aanslagperiode waarin__ aan de twee in artikel 18, lid 2, eerste alinea, van deze richtlijn gestelde voorwaarden is voldaan.__ Met andere woorden, de levering van de goederen of het verrichten van de diensten moet hebben plaatsgevonden en de belastingplichtige moet in het bezit zijn van de factuur of van het document dat, volgens de door de betrokken lidstaat vastgestelde criteria, kan worden geacht als zodanig dienst te doen__.
  
  
Line 37: Line 39:
  
   * Uszodaépítő, C-392/09 \\ **39** In dit verband is reeds geoordeeld dat het beginsel van fiscale neutraliteit eist dat de aftrek van de voorbelasting wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden zijn vervuld, zelfs wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele vereisten (arrest van 8 mei 2008, Ecotrade, C‑95/07 en C‑96/07, Jurispr. blz. I‑3457, punt 63).   * Uszodaépítő, C-392/09 \\ **39** In dit verband is reeds geoordeeld dat het beginsel van fiscale neutraliteit eist dat de aftrek van de voorbelasting wordt toegestaan indien de materiële voorwaarden zijn vervuld, zelfs wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele vereisten (arrest van 8 mei 2008, Ecotrade, C‑95/07 en C‑96/07, Jurispr. blz. I‑3457, punt 63).
-  * Senatex \\ **28** Krachtens artikel 167 van richtlijn 2006/112 ontstaat het recht op aftrek op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt. De materiële voorwaarden waaraan moet zijn voldaan opdat dit recht ontstaat, zijn opgesomd in artikel 168, onder a), van die richtlijn. De betrokkene kan het recht op aftrek dus slechts genieten indien, ten eerste, hij een belastingplichtige is in de zin van deze richtlijn en, ten tweede, de goederen of diensten waarvoor aanspraak op dat recht wordt gemaakt, door de belastingplichtige in een later stadium zijn gebruikt voor zijn eigen belaste handelingen en in een eerder stadium door een andere belastingplichtige zijn geleverd of verricht (zie in die zin arrest van 22 oktober 2015, PPUH Stehcemp, C‑277/14, EU:C:2015:719, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak).+  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62014CJ0518|Senatex]] \\ HvJ 15 september 2016, Zaak C-518/14, Senatex GmbH tegen Finanzamt Hannover-Nord, ECLI:EU:C:2016:691, V-N 2016/47.16 \\ **28** Krachtens artikel 167 van richtlijn 2006/112 ontstaat het recht op aftrek op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt. De materiële voorwaarden waaraan moet zijn voldaan opdat dit recht ontstaat, zijn opgesomd in artikel 168, onder a), van die richtlijn. De betrokkene kan het recht op aftrek dus slechts genieten indien, ten eerste, hij een belastingplichtige is in de zin van deze richtlijn en, ten tweede, de goederen of diensten waarvoor aanspraak op dat recht wordt gemaakt, door de belastingplichtige in een later stadium zijn gebruikt voor zijn eigen belaste handelingen en in een eerder stadium door een andere belastingplichtige zijn geleverd of verricht (zie in die zin arrest van 22 oktober 2015, PPUH Stehcemp, C‑277/14, EU:C:2015:719, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
  
  
 ---- ----
- 
-===3.2 Vermelding leverancier op factuur is formele voorwaarde aftrekrecht=== 
-//Ferimet , r.o. 27// \\ 
- 
-Hieruit volgt dat de vermelding van de leverancier op de factuur voor de goederen of diensten waarvoor het recht op btw-aftrek wordt uitgeoefend, een formele voorwaarde vormt voor de uitoefening van dat recht. Zoals de Spaanse en de Tsjechische regering opmerken, behoort de hoedanigheid van belastingplichtige van de leverancier van de goederen of diensten daarentegen tot de materiële voorwaarden ervan 
- 
- 
----- 
- 
  
 ===3.3 SC Paper Consult=== ===3.3 SC Paper Consult===
Line 58: Line 51:
 ===3.4 Overeenkomst kan een factuur zijn=== ===3.4 Overeenkomst kan een factuur zijn===
   * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0235|Raiffeisen Leasing]] \\ CJEU 29 September 2022, Case C-235/21 Raiffeisen Leasing v Republika Slovenija, ECLI:EU:C:2022:739 \\ __Een overeenkomst kan een factuur zijn__ \\ **41** Aangezien, zoals blijkt uit de in punt 36 van het onderhavige arrest bedoelde rechtspraak en zoals de advocaat-generaal in wezen heeft opgemerkt in de punten 41 en 45 van zijn conclusie, artikel 203 van richtlijn 2006/112 tot doel heeft het gevaar voor verlies van belastinginkomsten weg te nemen, kan dit risico evenwel worden vermeden wanneer de belastingdienst beschikt over de gegevens die nodig zijn om vast te stellen of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op btw-aftrek, ongeacht of de btw is vermeld op een document dat het opschrift „Factuur” draagt, dan wel op een ander document, zoals een door de partijen gesloten overeenkomst. \\ **42** Om als factuur in de zin van artikel 203 van deze richtlijn te kunnen worden erkend, moet een document dus, ten eerste, de btw vermelden en, ten tweede, de informatie bevatten die is bedoeld in de bepalingen van afdeling 4 van hoofdstuk 3, titel XI, van deze richtlijn, met als opschrift „Inhoud van de facturen”, die noodzakelijk is opdat de belastingdienst kan vaststellen of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op btw-aftrek   * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0235|Raiffeisen Leasing]] \\ CJEU 29 September 2022, Case C-235/21 Raiffeisen Leasing v Republika Slovenija, ECLI:EU:C:2022:739 \\ __Een overeenkomst kan een factuur zijn__ \\ **41** Aangezien, zoals blijkt uit de in punt 36 van het onderhavige arrest bedoelde rechtspraak en zoals de advocaat-generaal in wezen heeft opgemerkt in de punten 41 en 45 van zijn conclusie, artikel 203 van richtlijn 2006/112 tot doel heeft het gevaar voor verlies van belastinginkomsten weg te nemen, kan dit risico evenwel worden vermeden wanneer de belastingdienst beschikt over de gegevens die nodig zijn om vast te stellen of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op btw-aftrek, ongeacht of de btw is vermeld op een document dat het opschrift „Factuur” draagt, dan wel op een ander document, zoals een door de partijen gesloten overeenkomst. \\ **42** Om als factuur in de zin van artikel 203 van deze richtlijn te kunnen worden erkend, moet een document dus, ten eerste, de btw vermelden en, ten tweede, de informatie bevatten die is bedoeld in de bepalingen van afdeling 4 van hoofdstuk 3, titel XI, van deze richtlijn, met als opschrift „Inhoud van de facturen”, die noodzakelijk is opdat de belastingdienst kan vaststellen of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op btw-aftrek
 +  * SEM Remont, C-624/23 \\ **38** Wat dit protocol betreft, moet worden opgemerkt dat het Hof in het arrest van 29 september 2022, Raiffeisen Leasing (C‑235/21, EU:C:2022:739, punt 46), inderdaad heeft geoordeeld dat artikel 203 van de btw-richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat een overeenkomst waarvoor na afsluiting door de partijen geen factuur is opgesteld, kan worden aangemerkt als een factuur in de zin van deze bepaling, wanneer deze overeenkomst alle informatie bevat die noodzakelijk is opdat de belastingdienst van een lidstaat kan vaststellen of in casu voldaan is aan de materiële voorwaarden voor het recht op btw-aftrek.
  
 ---- ----
  
-===3.5 Bij verlegging is geen factuur vereist voor aftrekrecht=== +===3.5 Factuur kan een overeenkomst zijn===
- +
-  * Uszodaépítő, C-392/09 \\ **37** Wat, anderzijds, de in artikel 178 van richtlijn 2006/112 bedoelde nadere regels voor de uitoefening van het recht op btw-aftrek betreft, moet worden vastgesteld dat, aangezien het hier gaat om een onder artikel 199, lid 1, sub a, van richtlijn 2006/112 vallende verleggingsregeling, enkel de in artikel 178, sub f, bedoelde nadere regels van toepassing zijn. Bijgevolg behoeft een belastingplichtige die als ontvanger van diensten tot voldoening van de btw daarover gehouden is, niet een in overeenstemming met de formele voorwaarden van richtlijn 2006/112 opgestelde factuur te bezitten om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen en moet hij enkel de door de betrokken lidstaat voorgeschreven formaliteiten vervullen bij de uitoefening van de mogelijkheid die artikel 178, sub f, van deze richtlijn hem biedt (zie in die zin arrest van 1 april 2004, Bockemühl, C‑90/02, Jurispr. blz. I‑3303, punt 47).+
  
 +  * Fenix, C-696/20 \\ **77** De gegevens die krachtens artikel 226, punten 5 en 6, van de btw-richtlijn op de factuur – te weten een document met betrekking tot hetwelk iedere belastingplichtige overeenkomstig artikel 220, punt 1, van deze richtlijn ervoor moet zorgen dat het naar behoren is uitgereikt voor elke dienst die hij met name heeft verricht voor een andere belastingplichtige (zie in die zin arrest van 18 juli 2013, Evita-K, C‑78/12, EU:C:2013:486, punt 49 en aldaar aangehaalde rechtspraak) – moeten worden vermeld, __zijn elementen die deel uitmaken van de commerciële en contractuele betrekkingen tussen de verschillende partijen en die geacht worden de economische en commerciële realiteit van de betrokken transacties weer te geven__. 
  
 ---- ----
  
  
 +===3.6 Bij verlegging is geen factuur vereist voor aftrekrecht===
  
-===3.6 Bewijslastverdeling aftrekrecht: uitgangspunt = factuur=== +  UszodaépítőC-392/09 \\ **37** Watanderzijds, de in artikel 178 van richtlijn 2006/112 bedoelde nadere regels voor de uitoefening van het recht op btw-aftrek betreftmoet worden vastgesteld dat, aangezien het hier gaat om een onder artikel 199, lid 1, sub a, van richtlijn 2006/112 vallende verleggingsregelingenkel de in artikel 178, sub f, bedoelde nadere regels van toepassing zijn. Bijgevolg behoeft een belastingplichtige die als ontvanger van diensten tot voldoening van de btw daarover gehouden is, niet een in overeenstemming met de formele voorwaarden van richtlijn 2006/112 opgestelde factuur te bezitten om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen en moet hij enkel de door de betrokken lidstaat voorgeschreven formaliteiten vervullen bij de uitoefening van de mogelijkheid die artikel 178, sub f, van deze richtlijn hem biedt (zie in die zin arrest van 1 april 2004BockemühlC‑90/02JurisprblzI‑3303punt 47).
- +
-  HR 29 september 2017nr. 15/04099, ECLI:NL:HR:2017:2461 \\ **2.5.2** Op grond van artikel 15lid 1aanhef en letter a, van de Wet brengt een ondernemer onder de in dat artikel vermelde voorwaarden in aftrek de omzetbelasting die door andere ondernemers ter zake van door hen aan die ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten in rekening is gebracht, voor zover de goederen en de diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen. Op degene, die vorenbedoeld recht op aftrek wil uitoefenenrust in beginsel de last te bewijzen dat aan alle voorwaarden voor het uitoefenen van het recht op aftrek is voldaanwaaronder de voorwaarde dat de in rekening gebrachte kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met het jegens een ander verrichten van een prestatie onder bezwarende titel die niet is vrijgesteld van omzetbelasting. \\ **2.5.3.** Bij de beoordeling of in het kader van het uitoefenen van het recht op aftrek aannemelijk is gemaakt dat en in hoeverre de desbetreffende goederen of diensten zijn gebruikt voor belaste handelingen, volstaat dus niet de vaststelling dat zij zijn gebruikt voor de levering van een goed of voor het verrichten van een dienst onder bezwarende titelmaar is tevens van belang dat die levering of die dienst niet van omzetbelasting is vrijgesteld. In een dergelijk geval komt geen betekenis toe aan de bewijsregelneergelegd in het arrest BNB 2002/141rechtsoverweging 3.2.2, en het arrest BNB 2014/160rechtsoverweging 3.3.2dat bij betalingen tussen ondernemers als regel ervan mag worden uitgegaan dat die betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen. \\ **2.5.4.** Het Hof heeft uit het arrest BNB 1989/213 en het arrest Syndicat des producteurs indépendants afgeleid dat doorbelasting van kosten in beginsel een economische activiteit vormt die aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Deze opvatting kan echter niet aan deze arresten worden ontleend (vgl. de onderdelen 4.17 en 4.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). \\ Voor de vaststelling dat sprake is van een belastbare prestatie is vereist dat een handeling onder bezwarende titel wordt verricht. \\ Daarvoor is niet alleen nodig dat een betaling wordt gedaan, maar ook dat tegenover deze betaling een handelen (of een nalaten) als ondernemer kan worden bepaald. \\ Met de vaststelling dat belanghebbende met [I] een rechtsbetrekking is aangegaan ingevolge welke kosten aan [I] zijn doorbelast en met het daarop gegronde oordeel dat daarom sprake is van een handeling onder bezwarende titel, heeft het Hof – naar middel I terecht betoogt - het voorgaande miskend. __De last te bewijzen dat sprake is van een zodanig handelen of nalaten, rust op degene die terzake aanspraak maakt op aftrek van omzetbelasting__. Middel I slaagt derhalve.+
  
  
 ---- ----
 +
 +
  
  
aftrek/factuur.1731492175.txt.gz · Last modified: by avdoesum