belastingplichtige:fiscale_eenheid
Differences
This shows you the differences between two versions of the page.
| Both sides previous revisionPrevious revisionNext revision | Previous revision | ||
| belastingplichtige:fiscale_eenheid [2024/05/20 11:56] – avdoesum | belastingplichtige:fiscale_eenheid [2025/12/23 16:06] (current) – avdoesum | ||
|---|---|---|---|
| Line 4: | Line 4: | ||
| - [[Fiscale Eenheid# | - [[Fiscale Eenheid# | ||
| - [[Fiscale Eenheid# | - [[Fiscale Eenheid# | ||
| + | - [[bekastingplichtige: | ||
| - [[belastingplichtige: | - [[belastingplichtige: | ||
| - [[belastingplichtige: | - [[belastingplichtige: | ||
| Line 10: | Line 11: | ||
| - [[belastingplichtige: | - [[belastingplichtige: | ||
| - [[belastingplichtige: | - [[belastingplichtige: | ||
| + | - [[belastingplichtige: | ||
| + | - [[belastingplichtige: | ||
| + | |||
| ---- | ---- | ||
| ====1. Aantekeningen==== | ====1. Aantekeningen==== | ||
| + | |||
| + | ===1.1 Vereiste van ondernemerschap: | ||
| + | |||
| + | **Vraag**\\ | ||
| + | Aan een om niet moeiende houdstervennootschap is ter zake van aan haar dochtervennootschappen verrichte diensten btw in rekening gebacht. Die btw is bij de dochtervennootschappen in aftrek gebracht. Dat is evident onjuist. Kan nu (met terugwerkende kracht) gesteld worden dat sprake is van een fiscale eenheid tussen de om niet moeiende houdstervennootschap en de werkmaatschappijen, | ||
| + | Rechtsvraag: | ||
| + | |||
| + | **HR 1 april 1987, nr. 23 644, BNB 1987/ | ||
| + | De Hoge Raad oordeelde met een beroep op de wetshistorie, | ||
| + | |||
| + | **Commissie / Nederland** \\ | ||
| + | **45** | ||
| + | __Ik leid hieruit af dat de beperking van de fiscale eenheid in Nederland tot ondernemers geen maatregel is die gestoeld is op artikel 11, tweede alinea btw-richtlijn.__ \\ | ||
| + | |||
| + | **Larentia + Minerva** \\ | ||
| + | **50** Zoals de advocaat-generaal in punt 112 van zijn conclusie heeft aangegeven, dient de in artikel 4, lid 4, van de Zesde richtlijn neergelegde voorwaarde voor de vorming van een btw-groep, namelijk dat er nauwe financiële, | ||
| + | |||
| + | __Uit NDG volgt dat weliswaar de verwevenheidseisen op nationaal niveau moeten worden gepreciseerd, | ||
| + | |||
| + | **NDG** \\ **44** | ||
| + | |||
| + | __Ik leid hieruit af dat het in beginsel niet toegestaan is voor Nederland om de fiscale eenheid tot ondernemers te beperken__. \\ | ||
| + | |||
| + | **50** | ||
| + | __Ik heb uit CIE/NL afgeleid dat beperking Nederlandse fiscale eenheid geen maatregel is die gestoeld is op artikel 11, tweede lid Btw-RL.__ \\ **64** | ||
| + | |||
| + | **NDG** \\ | ||
| + | Vraag over rechtstreekse werking niet beantwoord. \\ | ||
| + | |||
| + | **Mijn voorlopige conclusies** \\ | ||
| + | * Het lijkt me sterk dat het HvJ impliciet is teruggekomen op het oordeel dat artikel 11 van de Btw-richtlijn geen rechtstreekse werking heeft. Eventuele opening: MDDP (zie hierna, ziet evenwel op vrijstellingen). | ||
| + | * Ik zie daarom eigenlijk niet veel in een argumentatie die op de vermeende rechtstreekse werking wordt gestoeld. | ||
| + | * Je kunt volgens mij niet zeggen dat je je rechtstreeks op de tekst van artikel 11 kunt beroepen voor een stelling dat niet-belastingplichtigen in een fiscale eenheid kunnen. | ||
| + | * Volgens mij is het wel mogelijk om (met succes te betogen dat artikel 7, lid 4, ‘die op grond van het bepaalde in dit artikel ondernemer zijn’: | ||
| + | * * niet gebaseerd is op artikel 11, tweede alinea Btw-richtlijn (i.e. mogelijkheid om maatregelen tegen fraude en misbruik te nemen), | ||
| + | * * dat (dus) Nederland een andere voorwaarde heeft gesteld dan die welke artikel 11 Btw-richtlijn worden toegestaan en | ||
| + | * * waardoor deze zinsnede in strijd is met artikel 11 Btw-richtlijn, | ||
| + | * * deze voorwaarde buiten toepassing dient te blijven. | ||
| + | * * Probleem dat blijft bestaan is dan nog: wie het meerdere mag, mag ook het mindere. Geldt dat ook voor de fiscale eenheid of betreft het hier toch een extra (en dus ontoelaatbare) eis? | ||
| + | * Blijft dan nog wel de vraag over hoe invulling kan worden gegeven aan de verwevenheidseisen. | ||
| + | * Vraag van mij is nog: mag het HvJ op een prejudiciele vraag van een nationale rechter oordelen dat een nationale bepaling in strijd is met het Unierecht of kan dat alleen via een inbreukprocedure? | ||
| + | |||
| + | \\ | ||
| + | |||
| + | **MDDP, 50 e.v.** | ||
| + | **50** Wat de tweede voorwaarde betreft, volgt uit het antwoord van het Hof op de eerste vraag dat artikel 132, lid 1, sub i, van de btw-richtlijn aan de lidstaten een zekere beoordelingsvrijheid laat bij de omschrijving van particuliere organisaties die soortgelijke doelstellingen hebben als publiekrechtelijke lichamen en die dan ook overeenkomstig dit artikel van btw moeten worden vrijgesteld. \\** 51** Het Hof heeft evenwel reeds vastgesteld dat __de omstandigheid dat een bepaling van de btw-richtlijn die voorziet in een vrijstelling, | ||
| + | |||
| + | |||
| + | ---- | ||
| + | |||
| ===1.1 Invulling verwevenheidseisen=== | ===1.1 Invulling verwevenheidseisen=== | ||
| Line 111: | Line 165: | ||
| ===1.5 Niet restrictieve uitlegging verwevenheidseisen=== | ===1.5 Niet restrictieve uitlegging verwevenheidseisen=== | ||
| - | * Conclusie | + | * [[https:// |
| Line 131: | Line 185: | ||
| * [[https:// | * [[https:// | ||
| * Larentia en Minverva | * Larentia en Minverva | ||
| - | * Ketelhandel Van Paassen | + | * HvJ 12 juni 1979, nr. 181 en 229/ |
| * Skandia Corp. | * Skandia Corp. | ||
| * Danske Bank | * Danske Bank | ||
| Line 143: | Line 197: | ||
| ===3.2 HR=== | ===3.2 HR=== | ||
| + | * BNB 1967/173 (Interne sfeer / eigen kring, Quasi-FE?) | ||
| * HR 22 februari 1989, nr. 25 068, BNB 1989/112 (invulling verwevenheidseisen) | * HR 22 februari 1989, nr. 25 068, BNB 1989/112 (invulling verwevenheidseisen) | ||
| * [[https:// | * [[https:// | ||
| + | * HR 1 april 1987, nrr 23644, BNB 1987/203 (7-2-b ondernemer kan niet in fiscale eenheid) | ||
| + | * HR 9 juli 2004, nr. 38026, BNB 2004/363 (Verkoop aandelen in onderdeel fiscale eenheid - aftrek) | ||
| + | * HR 22 februari 1989, nr. 25.068, BNB 1989/112 (BV voor oprichting geen ondernemer, dus geen fiscale eenheid) | ||
| + | * HR 18 december 1991, nr. 27.833, BNB 1992/115, V-N 1992/387 (Geen fiscale eenheid tussen stichting en plaatselijke instellingen ouderenzorg) | ||
| + | * HR 30 mei 1990, nr. 25.722, BNB 1990/241 (Vereisten financiële en organisatorische verwevenheid) | ||
| + | * HR 6 november 1985, nr. 23026, BNB 1986/45 (Fiscale eenheid ziet niet op combinaties van natuurlijke personen) | ||
| + | * HR 14 februari 2003, nr. 38238, FED 2003/364, BNB 2003/191 (Minderheidsbelang dus geen fiscale eenheid) | ||
| + | * HR 27 november 1991, nr. 26.156, BNB 1992/60 (Toerekening werkzaamheden aan moedervennootschap) | ||
| + | * HR 18 december 1991, nr. 27833, FED 1992/249, BNB 1992/115 (Fiscale eenheid tussen stichtingen) | ||
| + | * HR 30 mei 1990, nr. 25722, BNB 1990/241 (Fiscale eenheid tussen stichtingen) | ||
| ---- | ---- | ||
| - | ===3.3 Buitenlandse jurisprudentie=== | + | ===3.3 |
| + | |||
| + | * Hof Amsterdam 11 februari 2002, nr. 01/2026, V-N 2002/ | ||
| + | * Hof Den Haag, 14 december 1990, nr. 3177/ | ||
| + | * Hof Leeuwarden 13 september 1991, nr. 526/90, V-N/625 (Geen samenwerkingsverband dus ook geen fiscale eenheid) | ||
| + | * Hof Amsterdam 23 oktober 1997, nr. 96/2170, V-N 1998/ | ||
| + | * Hof Amsterdam 18 september 1997, nr. 96/5431 (Fiscale eenheid publiekrechtelijke verzekeraar en stichting) | ||
| + | * Rechtbank Leeuwarden, 10 april 2002, nr. 39793, V-N 2002/22.25 (Aansprakelijkheid fiscale eenheid) | ||
| + | * Rechtbank Rotterdam, 10 april 2002, nr. 43087, V-N 2002/24.23 (Aansprakelijkheid fiscale eenheid) | ||
| + | |||
| + | ---- | ||
| + | |||
| + | ===3.4 | ||
| * {{ : | * {{ : | ||
| * {{ : | * {{ : | ||
| - | ===3.4 Ingangsdatum fiscale eenheid=== | + | ===3.5 Ingangsdatum fiscale eenheid=== |
| * 2021 10 28 - Hof DH - 21-00144-48 - Ingangsdatum FE - Verbouwing investeringsgoed - ECLI_NL_GHDHA_2021_2160 | * 2021 10 28 - Hof DH - 21-00144-48 - Ingangsdatum FE - Verbouwing investeringsgoed - ECLI_NL_GHDHA_2021_2160 | ||
| + | * HR 22 april 2005, nr. 38659 (Ingangsdatum fiscale eenheid) | ||
| ---- | ---- | ||
| - | ===3.5 Fiscale eenheid als belastingplichtige/ | + | ===3.6 Fiscale eenheid als belastingplichtige/ |
| - | + | ||
| - | **Kaplan**\\ | + | |
| - | + | ||
| - | 45. In verband daarmee zij eraan herinnerd dat de toepassing van de regeling van artikel 11 van richtlijn 2006/112 impliceert dat de op grond van deze bepaling vastgestelde nationale regeling personen, met name vennootschappen die financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, het recht verleent om voor de btw niet langer als afzonderlijke belastingplichtigen, | + | |
| - | + | ||
| - | 46. Hieruit volgt dat de gelijkstelling met een enkele belastingplichtige <wrap em> | + | |
| - | + | ||
| - | **[[https:// | + | |
| - | 25. Wat betreft de gevolgen die verbonden zijn aan het behoren tot een op de grondslag van artikel 11 van de btw-richtlijn gevormde btw-groep, heeft het Hof geoordeeld dat een btw-groep één belastingplichtige vormt. De gelijkstelling met één enkele belastingplichtige staat eraan in de weg dat de leden van de btw-groep afzonderlijke btw-aangiften blijven indienen en zowel binnen als buiten hun groep nog steeds als belastingplichtigen worden geïdentificeerd, | + | * **Kaplan**\\ **45.** In verband daarmee zij eraan herinnerd dat de toepassing van de regeling van artikel 11 van richtlijn 2006/112 impliceert dat de op grond van deze bepaling vastgestelde nationale regeling personen, met name vennootschappen die financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, het recht verleent om voor de btw niet langer als afzonderlijke belastingplichtigen, |
| + | * [[https:// | ||
| + | * [[https:// | ||
| ====4. Literatuur==== | ====4. Literatuur==== | ||
| * M.J. van Luijt en M. Morawski, Het einde van extraterritoriale fiscale eenheid btw?, WFR 2023/317 | * M.J. van Luijt en M. Morawski, Het einde van extraterritoriale fiscale eenheid btw?, WFR 2023/317 | ||
| + | * C.L. van Lindonk, De fiscale eenheid in de omzetbelasting, | ||
| + | * A.H. Bomer, Naheffingsaanslag ten onrechte ten name van fiscale eenheid?, Btw-Bulletin 1997, nr. 5 | ||
| + | * M.P. Tielemans, Economische verwevenheid voor fiscale eenheid nader bepaald, Btw Brief 1996, nr. 1 | ||
| + | * F.L.J. Vervaet, De consequenties van de fiscale eenheid btw, Btw Brief 1996 nr 12 | ||
| + | * G.C. Bulk, Naheffingaanslag btw aan fiscale eenheid, Btw Brief 1997 nr 8/9 | ||
| + | * R.R.J.M. Keijsers, Fiscale eenheid tussen een stichting en een publiekrechtelijk lichaam, Btw brief 1997 nr. 12 | ||
| + | * G.C. Bulk, Economische verwevenheid zonder grenzen, Btw Brief 1998 nr. 4 | ||
| + | * Stichtingen en (in?) de fiscale eenheid, Btw-brief 1991, nr. 1 | ||
| + | * C.M. Ettema en A. Schippers, Jurisprudentie over de fiscale eenheid btw, WFR 2000/1829 | ||
| + | * A.J.M. Eekhout, De fiscale eenheid in de omzetbelasting, | ||
| + | * D.G. van Vliet, Stichtingen en fiscale eenheid omzetbelasting, | ||
| + | * Schmidt, Muller en Stocker, {{ : | ||
| + | * J.T. Sanders, De fiscale eenheid in de btw: are you experienced?, | ||
| + | * R.N.F. Zuidgeest, De koepelvrijstelling als alternatief voor de fiscale eenheid btw, WFR 2006, nr. 6673, blz 618 | ||
| + | * G.J. van Burggen en R.J. van der Zwan, Economische verwevenheid via het buitenland niet altijd mogelijk, Btw Brief 1999, nr. 5 | ||
| + | * K.M. Braun, Fiscale eenheid over de grens en vaste inrichting, Btw-bulletin 2002, nr. 5 | ||
| + | * J.M.F. Finkensieper, | ||
| ---- | ---- | ||
belastingplichtige/fiscale_eenheid.1716198988.txt.gz · Last modified: by avdoesum
