Site Tools


dividendbelasting:inhoudingsvrijstelling

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
dividendbelasting:inhoudingsvrijstelling [2025/07/22 15:30] avdoesumdividendbelasting:inhoudingsvrijstelling [2025/07/22 15:33] (current) avdoesum
Line 17: Line 17:
 ====3. Jurisprudentie==== ====3. Jurisprudentie====
  
-  * HR 18 juli 2025, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1162|ECLI:NL:HR:2025:1162]] en [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1163|ECLI:NL:HR:2025:1163]] // - Geen inhoudingsvrijstelling dividendbelasting bij uitkering aan Belgische houdstervennootschappen// \\ \\ Vandaag, vrijdag 18 juli 2025, heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Het zijn de eerste procedures waarin de in 2018 gewijzigde antimisbruikbepaling in de dividendbelasting wordt getoetst aan het Unierechtelijke misbruikbegrip. De Hoge Raad heeft in beide zaken beslist dat de inhoudingsvrijstelling niet van toepassing is. \\ \\ **De feiten en het geschil** \\ \\ De samenhangende procedures betreffen twee in België gevestigde vennootschappen (X BVBA en X NV) waarvan de (on)middellijke aandeelhouders in België wonende families zijn. Beide Belgische vennootschappen houden via een Nederlandse tussenhoudstermaatschappij een indirect belang in een Nederlandse CV. Zie ook het volgende structuurschema. \\ De eerste procedure (ECLI:NL:HR:2025:1162) gaat over X BVBA. Deze vennootschap houdt een belang van 38,71% in een Nederlandse tussenhoudster (in het structuurschema ‘A BV', in het arrest 'de BV'). Verder beschikt de vennootschap niet over kantoorruimte in België en heeft geen personeel in dienst. De vennootschap heeft naast het aandelenbelang slechts twee oldtimers. \\ \\ De tweede procedure (ECLI:NL:HR:2025:1163) gaat over X NV. X NV houdt naast een aandelenbelang van 24,39% in een Nederlandse tussenhoudster ook aandelen in andere vennootschappen. De familie verricht managementwerkzaamheden respectievelijk juridische en administratieve werkzaamheden voor onder meer belanghebbende. Zij verrichten die werkzaamheden vanuit een daarvoor ingerichte werkruimte in hun woning. Hiervoor wordt jaarlijks een managementvergoeding in rekening gebracht aan X NV. X NV is betrokken bij de ondernemingsactiviteiten van een aantal van die vennootschappen. Van actieve betrokkenheid bij de ondernemingsactiviteiten van de Nederlandse tussenhoudster is echter geen sprake. \\ \\ In 2018 keert de Nederlandse tussenhoudstermaatschappij dividend uit aan de Belgische vennootschappen. Waren deze laatsten in Nederland gevestigd geweest, dan zou de deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet Vpb 1969) van toepassing zijn geweest en had een beroep kunnen worden gedaan op de inhoudingsvrijstelling van art. 4, lid 2 Wet Div.bel. 1965 in binnenlandse situaties.  \\ Het geschil waarover de Hoge Raad een oordeel geeft, is of de in België gevestigde vennootschappen een beroep kunnen doen op de inhoudingsvrijstelling van art. 4, lid 2 Wet Div.bel. 1965, of dat dit wordt verhinderd door art. 4, lid 3, onderdeel c Wet Div.bel. 1965 (voor buitenlandse situaties). Dit laatste voorschrift sluit de toepassing van de inhoudingsvrijstelling uit indien: \\+  * HR 18 juli 2025, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1162|ECLI:NL:HR:2025:1162]] en [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1163|ECLI:NL:HR:2025:1163]] // - Geen inhoudingsvrijstelling dividendbelasting bij uitkering aan Belgische houdstervennootschappen// \\ \\ Vandaag, vrijdag 18 juli 2025, heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Het zijn de eerste procedures waarin de in 2018 gewijzigde antimisbruikbepaling in de dividendbelasting wordt getoetst aan het Unierechtelijke misbruikbegrip. De Hoge Raad heeft in beide zaken beslist dat de inhoudingsvrijstelling niet van toepassing is. \\ \\ **De feiten en het geschil** \\ \\ De samenhangende procedures betreffen twee in België gevestigde vennootschappen (X BVBA en X NV) waarvan de (on)middellijke aandeelhouders in België wonende families zijn. Beide Belgische vennootschappen houden via een Nederlandse tussenhoudstermaatschappij een indirect belang in een Nederlandse CV. \\ \\ Zie ook het volgende structuurschema. \\ {{:dividendbelasting:hr_18_juli_2025_-_structuurschema_inhoudingsvrijstelling_dividendbelasting.jpg|}} \\ De eerste procedure (ECLI:NL:HR:2025:1162) gaat over X BVBA. Deze vennootschap houdt een belang van 38,71% in een Nederlandse tussenhoudster (in het structuurschema ‘A BV', in het arrest 'de BV'). Verder beschikt de vennootschap niet over kantoorruimte in België en heeft geen personeel in dienst. De vennootschap heeft naast het aandelenbelang slechts twee oldtimers. \\ \\ De tweede procedure (ECLI:NL:HR:2025:1163) gaat over X NV. X NV houdt naast een aandelenbelang van 24,39% in een Nederlandse tussenhoudster ook aandelen in andere vennootschappen. De familie verricht managementwerkzaamheden respectievelijk juridische en administratieve werkzaamheden voor onder meer belanghebbende. Zij verrichten die werkzaamheden vanuit een daarvoor ingerichte werkruimte in hun woning. Hiervoor wordt jaarlijks een managementvergoeding in rekening gebracht aan X NV. X NV is betrokken bij de ondernemingsactiviteiten van een aantal van die vennootschappen. Van actieve betrokkenheid bij de ondernemingsactiviteiten van de Nederlandse tussenhoudster is echter geen sprake. \\ \\ In 2018 keert de Nederlandse tussenhoudstermaatschappij dividend uit aan de Belgische vennootschappen. Waren deze laatsten in Nederland gevestigd geweest, dan zou de deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet Vpb 1969) van toepassing zijn geweest en had een beroep kunnen worden gedaan op de inhoudingsvrijstelling van art. 4, lid 2 Wet Div.bel. 1965 in binnenlandse situaties.  \\ Het geschil waarover de Hoge Raad een oordeel geeft, is of de in België gevestigde vennootschappen een beroep kunnen doen op de inhoudingsvrijstelling van art. 4, lid 2 Wet Div.bel. 1965, of dat dit wordt verhinderd door art. 4, lid 3, onderdeel c Wet Div.bel. 1965 (voor buitenlandse situaties). Dit laatste voorschrift sluit de toepassing van de inhoudingsvrijstelling uit indien: \\
   - Het hoofddoel of een van de hoofddoelen van het houden van het belang in het dividenduitkerende lichaam is om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan (“subjectieve toets”); en     - Het hoofddoel of een van de hoofddoelen van het houden van het belang in het dividenduitkerende lichaam is om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan (“subjectieve toets”); en  
   - Sprake is van een kunstmatige constructie of transactie of reeks van constructies of samenstel van transacties (“objectieve toets”).  \\  \\   - Sprake is van een kunstmatige constructie of transactie of reeks van constructies of samenstel van transacties (“objectieve toets”).  \\  \\
dividendbelasting/inhoudingsvrijstelling.1753191012.txt.gz · Last modified: by avdoesum