Site Tools


formeel:fraude

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
formeel:fraude [2022/01/26 17:17] avdoesumformeel:fraude [2026/01/25 12:48] (current) – [4.Literatuur] avdoesum
Line 34: Line 34:
  
 54 HvJ 5 oktober 2016 C-576/15 (Maya Marinova) ECLI:EU:C:2016:640. 54 HvJ 5 oktober 2016 C-576/15 (Maya Marinova) ECLI:EU:C:2016:640.
 +
 +
 +----
 +
 +
 +**Conference Vienna 2023 - Input Statement Prof Roland Izmer** 
 +
 +  * Grandma test
 +  * Denying deduction multiple times in chain with all parties that knew or should have known does not pass grandma test
 +  * Aquila
 +  * Hydina
 +  * Crida
 +
 +
 +----
 +
 +
 +
  
 ====2. Regelgeving==== ====2. Regelgeving====
Line 43: Line 61:
 ===3.1 Mag je de btw aftrek/het nultarief meermaals weigeren in keten?=== ===3.1 Mag je de btw aftrek/het nultarief meermaals weigeren in keten?===
  
-  * C-596/21 +  * C-596/21 - ja! 
-  + 
 ---- ----
 +
 +
 +===3.2 Niet voldoen bij juiste aangifte is geen fraude===
 +
 +**C-227/21, HA.EN** \\
 +
 +32. Het Hof heeft reeds geoordeeld dat, voor zover de belastingplichtige zijn aangifteverplichtingen inzake btw naar behoren is nagekomen, het enkele verzuim om de naar behoren aangegeven btw af te dragen geen btw-fraude kan vormen, ongeacht of een dergelijk verzuim al dan niet opzettelijk is (zie in die zin arrest van 2 mei 2018, Scialdone, C‑574/15, EU:C:2018:295, punten 38‑41).
 +
 +----
 +
 +===3.3 Medeaansprakelijkheid bij fraude===
 +
 +**C-227/21, HA.EN** \\
 +
 +37. In de punten 42 tot en met 45 van het arrest van 20 mei 2021, ALTI (C‑4/20, EU:C:2021:397), heeft het Hof in wezen voor recht verklaard dat de btw-richtlijn niet in de weg staat aan een nationale regeling volgens welke de medecontractant van een tot voldoening van de btw gehouden persoon – van wie is aangetoond dat hij wist of had moeten weten dat die belastingplichtige de belasting niet zou afdragen en die desondanks gebruik heeft gemaakt van zijn recht op aftrek van voorbelasting – wordt geacht hoofdelijk medeschuldenaar te zijn van de niet-voldane btw en van de verhogingen ervan.
 +
 +
 +----
 +
 +===3.4 Ne bis in idem===
 +
 +  * Menci, C-524/15
 +  * BV, C-570/20
 +
 +
 +----
 +
 +===3.5 Weigeren nultarief bij weten of had moeten weten===
 +
 +  * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:51|HR 19 januari 2018, nr. 16/06245, ECLI:NL:HR:2018:51, BNB 2018\77]] \\ **3.4.1** In dat geval wordt het nultarief geweigerd indien de betrokken ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelnam aan btw-fraude in het kader van een keten van leveringen. Om het nultarief op die grond te weigeren is vereist dat wordt vastgesteld 
 +  - i) hoe de desbetreffende keten van leveringen was ingericht en welke plaats de betrokken ondernemer in die keten innam, 
 +  - ii) in welke schakel(s) van die keten btw-fraude werd gepleegd en wat die btw-fraude inhield, en
 +  - iii) dat en op welke gronden geoordeeld moet worden dat die ondernemer wist of had moeten weten dat de btw-fraude plaatsvond in die keten.
 +
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0512|HvJ december 2022, zaak C-512/21, Aquila]] \\ **33.** Hieruit moet worden afgeleid dat de belastingdienst die voornemens is het recht op aftrek te weigeren – overeenkomstig de nationaalrechtelijke bewijsregels en zonder de doeltreffendheid van het Unierecht aan te tasten – aan de hand van objectieve gegevens rechtens genoegzaam moet aantonen dat er inderdaad __sprake is van btw-fraud__e **én** dat de belastingplichtige __fraude heeft gepleegd__, **of** dat deze __wist of had moeten weten__ dat de handeling waarvoor aanspraak op dat recht werd gemaakt, onderdeel was van de fraude. \\ **36.** Het staat aan de belastingdienst om **ten eerste** de bestanddelen van de __fraude nauwkeurig te omschrijven en het bewijs__ van frauduleuze handelingen te leveren, en **ten tweede** __aan te tonen dat de belastingplichtige actief heeft deelgenomen__ aan die fraude **of** dat hij __wist of had moeten weten__ dat de handeling waarvoor aanspraak op dat recht werd gemaakt, onderdeel was van die fraude. Het bewijs van het bestaan van fraude en van de betrokkenheid van de belastingplichtige bij de fraude betekent evenwel __niet noodzakelijkerwijs dat is vastgesteld wie allemaal bij deze fraude betrokken is__ en __welke respectieve handelingen zij hebben verricht__. Zoals in punt 30 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht, staat het aan de nationale rechter om na te gaan of de belastingdienst dit bewijs rechtens genoegzaam heeft geleverd.
 +
 +
 +----
 +
 +
 +===3.6 Belang strafrechtelijke veroordeling===
 +
 +  * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:140|HR 31 januari 2020, nr. 19/00166, ECLI_NL_HR_2020_140]] \\ **3.3** (...) Een vrijspraak door de strafrechter hoeft immers niet eraan in de weg te staan dat de gedragingen waarvan belanghebbende door de strafrechter is vrijgesproken, als gevolg van minder strenge bewijsregels of op grond van aanvullend bewijs door de belastingrechter bewezen worden verklaard, mits de rechterlijke autoriteiten door hun optreden, de motivering van hun beslissing of de door hen gebruikte bewoordingen geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van de vrijspraak in de strafzaak. Het Hof diende dan ook met inachtneming hiervan per bestreden aanslag - op basis van de fiscale bewijsregels en aan de hand van de wederzijdse stellingen van partijen en het in het geding gebrachte bewijsmateriaal - te beoordelen in hoeverre de aanslagen juist zijn. (...)
 +
 +  * EHRM 23 oktober 2014, nr. 27785/10, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510 (Melo Tadeu v. Portugal)
 +  * HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:643, rechtsoverweging 2.6.6
 +  * HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958, rechtsoverweging 2.4.2
 +
 +
 +----
 +
 +===3.7 Bewijslast fraude in keten===
 +
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0512|HvJ december 2022, zaak C-512/21, Aquila]] \\ **30.** Aangezien de weigering van het recht op aftrek een uitzondering is op de toepassing van het fundamentele beginsel dat dit recht is, staat het voorts volgens vaste rechtspraak van het Hof aan de belastingdienst om aan de hand van objectieve gegevens rechtens genoegzaam te bewijzen dat de belastingplichtige btw-fraude heeft gepleegd of wist of had moeten weten dat de handeling waarvoor aanspraak op het recht op aftrek wordt gemaakt, onderdeel was van een dergelijke fraude. De nationale rechter moet vervolgens nagaan of de betrokken belastingdienst het bestaan van dergelijke objectieve gegevens heeft aangetoond (arrest van 11 november 2021, Ferimet, C-281/20, EU:C:2021:910, punt 50 en aldaar aangehaalde rechtspraak). \\ **31.** Daar het Unierecht niet voorziet in regels voor de bewijsvoering in geval van btw-fraude, dienen deze objectieve gegevens door de belastingdienst te worden vastgesteld overeenkomstig de nationaalrechtelijke bewijsregels. Deze regels mogen evenwel de doeltreffendheid van het Unierecht niet aantasten (arrest van 11 november 2021, Ferimet, C-281/20, EU:C:2021:910, punt 51 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
 +
 +===3.8 Complexe en grondige controles van toeleveranciers===
 +
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CJ0512|HvJ december 2022, zaak C-512/21, Aquila]] \\ **50.** De belastingdienst mag echter niet vereisen dat belastingplichtigen complexe en grondige controles van leveranciers doorvoeren en zodoende in feite zijn eigen controletaken naar hen doorschuiven (arrest van 19 oktober 2017, Paper Consult, C‑101/16, EU:C:2017:775, punt 51).
 +
 +
 +----
 +
  
 ====4. Literatuur==== ====4. Literatuur====
 +
 +  * F.J.G. Nellen, De fraudebenadering van het HvJ EU in de Europese btw, WFR 2025/84
 +
  
 ---- ----
  
formeel/fraude.1643213860.txt.gz · Last modified: by avdoesum