formeel:prejudiciele_procedure
Differences
This shows you the differences between two versions of the page.
| Both sides previous revisionPrevious revisionNext revision | Previous revision | ||
| formeel:prejudiciele_procedure [2025/10/12 11:49] – avdoesum | formeel:prejudiciele_procedure [2026/04/21 16:00] (current) – [1.3 Afzien van het stellen van prejudiciële vragen] avdoesum | ||
|---|---|---|---|
| Line 26: | Line 26: | ||
| * Conclusie van Advocaat-generaal Wattel van 29 november 2024, nr. 24/02923 \\ Gegeven de wijze waarop de belanghebbende zowel bij de feitenrechter als in cassatie het EU-recht aan de orde heeft gesteld, volgt uit de HvJ-arresten Consorzio en KUBERA wel dat als u geen vragen stelt aan het HvJ omdat u Promo 54 niet in tegenspraak acht met (r.o. 55 van) Kozuba, die reden voor niet-verwijzen in beginsel uit uw arrest moet blijken. Ook als u de zaak met art. 81 Wet RO zou willen afdoen, zal volgens KUBERA in beginsel enige EU-rechtelijke motivering gegeven moeten worden. Onduidelijk is hoeveel. Uit Consorzio en KUBERA volgt dat u minstens één van drie boxes moet checken: (i) irrelevantie voor de beslissing, of (ii) acte clair, of (iii) acte éclairé. Zoals boven bleek, meen ik dat het om een acte éclairé gaat. Gegeven deze conclusie, waar de partijen op kunnen reageren, kunt uoverigens bij verwerping van het cassatieberoep desgeraden wellicht toch volstaan met kale verwijzing naar art. 81 Wet RO, gezien het EHRM-arrest in de Nederlandse strafzaak Baydar, waaruit meer in het algemeen volgt dat niet-motivering van niet-verwijzing pas onvoldoende is in de zin van art. 6 EVRM (en daarmee in de zin van art. 47 EU-Handvest van de Grondrechten) als uw uitspraak daardoor in de omstandigheden van het geval arbitrary of manifestly unreasonable is. | * Conclusie van Advocaat-generaal Wattel van 29 november 2024, nr. 24/02923 \\ Gegeven de wijze waarop de belanghebbende zowel bij de feitenrechter als in cassatie het EU-recht aan de orde heeft gesteld, volgt uit de HvJ-arresten Consorzio en KUBERA wel dat als u geen vragen stelt aan het HvJ omdat u Promo 54 niet in tegenspraak acht met (r.o. 55 van) Kozuba, die reden voor niet-verwijzen in beginsel uit uw arrest moet blijken. Ook als u de zaak met art. 81 Wet RO zou willen afdoen, zal volgens KUBERA in beginsel enige EU-rechtelijke motivering gegeven moeten worden. Onduidelijk is hoeveel. Uit Consorzio en KUBERA volgt dat u minstens één van drie boxes moet checken: (i) irrelevantie voor de beslissing, of (ii) acte clair, of (iii) acte éclairé. Zoals boven bleek, meen ik dat het om een acte éclairé gaat. Gegeven deze conclusie, waar de partijen op kunnen reageren, kunt uoverigens bij verwerping van het cassatieberoep desgeraden wellicht toch volstaan met kale verwijzing naar art. 81 Wet RO, gezien het EHRM-arrest in de Nederlandse strafzaak Baydar, waaruit meer in het algemeen volgt dat niet-motivering van niet-verwijzing pas onvoldoende is in de zin van art. 6 EVRM (en daarmee in de zin van art. 47 EU-Handvest van de Grondrechten) als uw uitspraak daardoor in de omstandigheden van het geval arbitrary of manifestly unreasonable is. | ||
| * In Consorzio oordeelde het Hof van Justitie op basis van art. 267 lid 3 VWEU (verwijsplicht hoogste rechters) junctoart. 47 Handvest Grondrechten EU (eerlijk proces) dat nationale hoogste rechters, als zij een opgeworpen vraag van EU-recht niet prejudicieel voorleggen aan het Hof van Justitie, moeten aangeven dat die vraag ofwel (i) niet relevant is voor het geschil, ofwel (ii) al beantwoord is door het Hof van Justitie (acte éclairé), ofwel (iii) maar op één manier beantwoord kan worden (acte clair), dus één van de drie bekende Cilfit-uitzonderingen op hun verwijzingsplicht met zoveel woorden moeten noemen. **Bron:** //BNB 2025/ | * In Consorzio oordeelde het Hof van Justitie op basis van art. 267 lid 3 VWEU (verwijsplicht hoogste rechters) junctoart. 47 Handvest Grondrechten EU (eerlijk proces) dat nationale hoogste rechters, als zij een opgeworpen vraag van EU-recht niet prejudicieel voorleggen aan het Hof van Justitie, moeten aangeven dat die vraag ofwel (i) niet relevant is voor het geschil, ofwel (ii) al beantwoord is door het Hof van Justitie (acte éclairé), ofwel (iii) maar op één manier beantwoord kan worden (acte clair), dus één van de drie bekende Cilfit-uitzonderingen op hun verwijzingsplicht met zoveel woorden moeten noemen. **Bron:** //BNB 2025/ | ||
| + | * Arrest [[https:// | ||
| + | * Raad van State, 5 maart 2015, nr. 201500670/ | ||
| + | * Remling, C-767/23 | ||
| + | * HvJ: Kuit | ||
| Line 47: | Line 51: | ||
| ===1.6 Verplichting motiveren niet stellen van prejudiciële vragen=== | ===1.6 Verplichting motiveren niet stellen van prejudiciële vragen=== | ||
| - | * [[https:// | + | * [[https:// |
| + | * * i) uitdrukkelijk de aangevoerde uitzondering (onder de uitzonderingen die in de CILFIT-rechtspraak(11) zijn gecodificeerd) vermeldt, en | ||
| + | * * ii) in het kort uitlegt waarom hij deze uitzondering van toepassing acht. \\ Dit sluit echter niet uit dat in bepaalde specifieke gevallen een meer gedetailleerde motivering nodig kan zijn, of, omgekeerd, dat de redenen voor de weigering om te verwijzen zo voor de hand liggen dat een expliciete verklaring daaromtrent overbodig is.(12) | ||
| ---- | ---- | ||
| + | ===1.7 Bevoegdheid Hof van Justitie tot beantwoording van prejudiciële vragen=== | ||
| + | |||
| + | Artikel 267 VWEU voorziet in een bevoegdheid van het Hof van Justitie tot beantwoording van onder meer vragen over de interpretatie en geldigheid van handelingen van de instellingen, | ||
| + | In het verlengde van deze rechtspraak heeft het Hof van Justitie zich ook bevoegd geacht prejudiciële vragen te beantwoorden indien de feiten van het geschil weliswaar buiten de werking van het EU-recht vallen maar niet kan worden uitgesloten dat in andere lidstaten wonende burgers interesse zouden hebben gebruik te maken van marktvrijheden en de uitspraak van de nationale rechter dan voor hen betekenis zou kunnen hebben of dat deze betekenis ook in andere gevallen aan de orde is (HvJ 15 november 2016, C-268/15, Ullens de Schooten, ECLI: | ||
| + | |||
| + | |||
| + | ---- | ||
| + | |||
| + | |||
formeel/prejudiciele_procedure.1760262570.txt.gz · Last modified: by avdoesum
