Site Tools


formeel:schadevergoeding

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
formeel:schadevergoeding [2026/03/24 16:31] avdoesumformeel:schadevergoeding [2026/05/19 14:27] (current) – [1.1 Aantekeningen AvD] avdoesum
Line 13: Line 13:
   * Als ORT meer dan 12 maanden is, kan de Hoge Raad wat betreft de boetes naar bevind van zaken handelen. Zie [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BD0191|HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191]], r.o. 4.2.4.   * Als ORT meer dan 12 maanden is, kan de Hoge Raad wat betreft de boetes naar bevind van zaken handelen. Zie [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2008:BD0191|HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191]], r.o. 4.2.4.
   * Schending van art. 6 EVRM wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de boete. Als de boete is vernietigd, wordt die compensatie verleend in de vorm van toekenning van een vis-ort (voor elke opgelegde boete afzonderlijk).   * Schending van art. 6 EVRM wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de boete. Als de boete is vernietigd, wordt die compensatie verleend in de vorm van toekenning van een vis-ort (voor elke opgelegde boete afzonderlijk).
-  * HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, rechtsoverweging 3.14.1. \\In de omstandigheid dat belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure wordt toegekend, vindt de Hoge Raad aanleiding om de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.+  * HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, rechtsoverweging 3.14.1. \\ In de omstandigheid dat belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure wordt toegekend, vindt de Hoge Raad aanleiding om de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
   * HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, rechtsoverweging 5.2 \\ Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand neemt de Hoge Raad in het geval aan belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding in de cassatieprocedure wordt toegekend tot uitgangspunt dat i) een verzoek om schadevergoeding een proceshandeling is waaraan 1 punt wordt toegekend, en ii) op een dergelijk verzoek van toepassing is wegingsfactor 0,25 (zeer licht) zoals voorzien in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht    * HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, rechtsoverweging 5.2 \\ Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand neemt de Hoge Raad in het geval aan belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding in de cassatieprocedure wordt toegekend tot uitgangspunt dat i) een verzoek om schadevergoeding een proceshandeling is waaraan 1 punt wordt toegekend, en ii) op een dergelijk verzoek van toepassing is wegingsfactor 0,25 (zeer licht) zoals voorzien in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht 
 +  * HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, rechtsoverweging 3.13.3 \\ Een verzoek om VIS voor de fase in eerste aanleg, kan voor het eerst in Hoger Beroep worden gedaan.
 +  * • HR 1 mei 2026, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:735|ECLI:NL:HR:2026:735]] \\ Immateriële schadevergoeding, verlenging van de redelijke termijn, bijzondere omstandigheden.
 +
 +  * {{ :formeel:2026_03_24_-_overgangsrecht_vis-ort.pptx |Overgangsrecht VIS-ORT n.a.v. HR 14 juni 2024}}
  
 ---- ----
Line 51: Line 55:
  
 ====2. Regelgeving==== ====2. Regelgeving====
 +
 +  * Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm \\ Wet van 20 december 2023 tot wijziging van de Wet waardering onroerende zaken en de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 in verband met het herwaarderen van de proceskostenvergoeding en vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm), Stb. 2023, 507
  
 ---- ----
Line 61: Line 67:
   * HR 31 mei 2024, nr. 22/00849, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:567|ECLI:NL:HR:2024:567]] (Beroep op zich ongegrond, maar wel VIS-ORT, geen vergoeding griffierecht) \\ **7** Vergoeding van griffierecht \\ **7.1.1** Voor gevallen waarin de rechter het beroep, het hoger beroep dan wel het __beroep in cassatie op zichzelf beschouwd ongegrond acht, maar wel een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toekent, handhaaft de Hoge Raad niet langer zijn rechtspraak op grond waarvan het griffierecht op de voet van artikel 8:74, lid 2, Awb aan de belanghebbende moet worden vergoed__8. De heffing van griffierecht vindt plaats vanwege het instellen van beroep, hoger beroep of beroep in cassatie, en voor vergoeding daarvan door het bestuursorgaan bestaat alleen aanleiding indien dat beroep gegrond is en dus terecht is ingesteld, of indien het weliswaar ongegrond is maar is ingesteld als gevolg van een andere tekortkoming van dat bestuursorgaan. De Hoge Raad is thans van oordeel dat de aanleiding tot het vergoeden van griffierecht daarom niet kan zijn gelegen in de omstandigheid dat de behandeling van het beroep, na het instellen daarvan, onredelijk lang heeft geduurd. Dit geldt zowel bij verzoeken om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn waarop de met ingang van 1 juli 2013 ingevoerde titel 8.4 Awb van toepassing is,9 als bij verzoeken om schadevergoeding waarop met overeenkomstige toepassing van het tot 1 juli 2013 geldende artikel 8:73 Awb wordt beslist. \\ **7.1.2** De hiervoor in 7.1.1 weergegeven wijziging geldt niet voor zaken waarin (i) de belanghebbende voorafgaand aan de datum van dit arrest om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting heeft verzocht, en (ii) de redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure (bezwaar en beroep, hoger beroep, cassatieberoep) op de datum van dit arrest is overschreden. Aldus wordt een aanspraak op vergoeding van griffierecht geëerbiedigd die voortvloeit uit een daartoe vóór de datum van dit arrest gedaan verzoek op basis van de toenmalige rechtspraak van de Hoge Raad. \\ **7.2** Aangezien het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure aan de hiervoor in 7.1.2 genoemde voorwaarden voldoet, zal de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) worden opgedragen aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald.   * HR 31 mei 2024, nr. 22/00849, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:567|ECLI:NL:HR:2024:567]] (Beroep op zich ongegrond, maar wel VIS-ORT, geen vergoeding griffierecht) \\ **7** Vergoeding van griffierecht \\ **7.1.1** Voor gevallen waarin de rechter het beroep, het hoger beroep dan wel het __beroep in cassatie op zichzelf beschouwd ongegrond acht, maar wel een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toekent, handhaaft de Hoge Raad niet langer zijn rechtspraak op grond waarvan het griffierecht op de voet van artikel 8:74, lid 2, Awb aan de belanghebbende moet worden vergoed__8. De heffing van griffierecht vindt plaats vanwege het instellen van beroep, hoger beroep of beroep in cassatie, en voor vergoeding daarvan door het bestuursorgaan bestaat alleen aanleiding indien dat beroep gegrond is en dus terecht is ingesteld, of indien het weliswaar ongegrond is maar is ingesteld als gevolg van een andere tekortkoming van dat bestuursorgaan. De Hoge Raad is thans van oordeel dat de aanleiding tot het vergoeden van griffierecht daarom niet kan zijn gelegen in de omstandigheid dat de behandeling van het beroep, na het instellen daarvan, onredelijk lang heeft geduurd. Dit geldt zowel bij verzoeken om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn waarop de met ingang van 1 juli 2013 ingevoerde titel 8.4 Awb van toepassing is,9 als bij verzoeken om schadevergoeding waarop met overeenkomstige toepassing van het tot 1 juli 2013 geldende artikel 8:73 Awb wordt beslist. \\ **7.1.2** De hiervoor in 7.1.1 weergegeven wijziging geldt niet voor zaken waarin (i) de belanghebbende voorafgaand aan de datum van dit arrest om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting heeft verzocht, en (ii) de redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure (bezwaar en beroep, hoger beroep, cassatieberoep) op de datum van dit arrest is overschreden. Aldus wordt een aanspraak op vergoeding van griffierecht geëerbiedigd die voortvloeit uit een daartoe vóór de datum van dit arrest gedaan verzoek op basis van de toenmalige rechtspraak van de Hoge Raad. \\ **7.2** Aangezien het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure aan de hiervoor in 7.1.2 genoemde voorwaarden voldoet, zal de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) worden opgedragen aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald.
   * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:853|HR 14 juni 2024, nr. 22/04592, ECLI:NL:HR:2024:853 (HR gaat om ten aanzien van minimale omvang financiële belang)]] (VIS-ORT - Bagatelgrens EUR 1000 en overgangsrecht) \\ **3.4.1** De Hoge Raad ziet aanleiding tot gedeeltelijke aanpassing van regels uit zijn hiervoor in 3.2.1 en 3.2.2 weergegeven rechtspraak over vergoeding van immateriële schade in gevallen waarin de beslechting van een belastinggeschil niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad heeft tot nu toe aangenomen dat de omvang van het financiële belang alleen dan tot gevolg heeft dat geen vergoeding van immateriële schade hoeft te worden toegekend, wanneer het financiële belang bij een belastingprocedure minder is dan € 15.10 \\ \\ **3.4.2** Zoals blijkt uit de conclusie van de Advocaat-Generaal, worden in sterk toenemende mate belastingprocedures over een belang van meer dan € 15 gevoerd in de hoop en verwachting een vergoeding van immateriële schade en een daaraan gekoppelde vergoeding van proceskosten te verkrijgen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. In deze ontwikkeling ziet de Hoge Raad aanleiding voor een aanpassing van de hoogte van het bedrag van € 15. De Hoge Raad zal in verband daarmee de grens voortaan op een aanzienlijk hoger bedrag dan € 15 stellen. \\ \\ **3.4.3** __Voortaan zal de Hoge Raad tot uitgangspunt nemen dat zich een bijzondere omstandigheid als hiervoor in 3.2.1 bedoeld voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure, zoals hiervoor nader beschreven in 3.3.1 tot en met 3.3.5, minder dan € 1.000 bedraagt, en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden. De belastingrechter kan dan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden__. \\ \\ **3.4.4** Indien het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000 bedraagt en de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, beslist de belastingrechter op een verzoek om vergoeding van immateriële schade naar bevind van zaken.11 Het staat de belastingrechter vrij om – na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – ook in die gevallen te volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. \\ \\ **3.4.5** Met de hiervoor in 3.4.3 weergegeven aanpassing wordt aangesloten bij de rechtspraak van de Hoge Raad in strafzaken en in belastingzaken waarin een bestuurlijke boete in het geding is, en waarin wordt volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden indien het gaat om een boete die minder dan € 1.000 bedraagt.12 Ook het EHRM verlangt niet dat een financiële compensatie wordt geboden in alle gevallen waarin een overschrijding van de redelijke termijn plaatsvindt. Het EHRM aanvaardt de mogelijkheid dat de lange duur van een procedure in bepaalde gevallen leidt tot geen enkele of slechts zeer geringe immateriële schade, en dat de rechter dan volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.13 \\ \\ **3.4.6** Voor het overige handhaaft de Hoge Raad zijn hiervoor in 3.2.1 en 3.2.2 beschreven rechtspraak over het recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en over de omvang van een dergelijke vergoeding. \\ \\ **Overgangsrecht** \\ \\ **3.5** De hiervoor in 3.4.3 en 3.4.4 weergegeven wijzigingen gelden niet voor zaken waarin __(**i)** de belanghebbende voorafgaand aan de datum van dit arrest om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft verzocht__, en **(ii)** de __redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure (bezwaar en beroep, hoger beroep, cassatieberoep) op de datum van dit arrest is overschreden__. Aldus wordt een aanspraak op vergoeding van immateriële schade geëerbiedigd die op grond van een daartoe vóór de datum van dit arrest gedaan verzoek is verkregen op basis van de toenmalige rechtspraak van de Hoge Raad.   * [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:853|HR 14 juni 2024, nr. 22/04592, ECLI:NL:HR:2024:853 (HR gaat om ten aanzien van minimale omvang financiële belang)]] (VIS-ORT - Bagatelgrens EUR 1000 en overgangsrecht) \\ **3.4.1** De Hoge Raad ziet aanleiding tot gedeeltelijke aanpassing van regels uit zijn hiervoor in 3.2.1 en 3.2.2 weergegeven rechtspraak over vergoeding van immateriële schade in gevallen waarin de beslechting van een belastinggeschil niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad heeft tot nu toe aangenomen dat de omvang van het financiële belang alleen dan tot gevolg heeft dat geen vergoeding van immateriële schade hoeft te worden toegekend, wanneer het financiële belang bij een belastingprocedure minder is dan € 15.10 \\ \\ **3.4.2** Zoals blijkt uit de conclusie van de Advocaat-Generaal, worden in sterk toenemende mate belastingprocedures over een belang van meer dan € 15 gevoerd in de hoop en verwachting een vergoeding van immateriële schade en een daaraan gekoppelde vergoeding van proceskosten te verkrijgen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. In deze ontwikkeling ziet de Hoge Raad aanleiding voor een aanpassing van de hoogte van het bedrag van € 15. De Hoge Raad zal in verband daarmee de grens voortaan op een aanzienlijk hoger bedrag dan € 15 stellen. \\ \\ **3.4.3** __Voortaan zal de Hoge Raad tot uitgangspunt nemen dat zich een bijzondere omstandigheid als hiervoor in 3.2.1 bedoeld voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure, zoals hiervoor nader beschreven in 3.3.1 tot en met 3.3.5, minder dan € 1.000 bedraagt, en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden. De belastingrechter kan dan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden__. \\ \\ **3.4.4** Indien het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000 bedraagt en de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, beslist de belastingrechter op een verzoek om vergoeding van immateriële schade naar bevind van zaken.11 Het staat de belastingrechter vrij om – na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – ook in die gevallen te volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. \\ \\ **3.4.5** Met de hiervoor in 3.4.3 weergegeven aanpassing wordt aangesloten bij de rechtspraak van de Hoge Raad in strafzaken en in belastingzaken waarin een bestuurlijke boete in het geding is, en waarin wordt volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden indien het gaat om een boete die minder dan € 1.000 bedraagt.12 Ook het EHRM verlangt niet dat een financiële compensatie wordt geboden in alle gevallen waarin een overschrijding van de redelijke termijn plaatsvindt. Het EHRM aanvaardt de mogelijkheid dat de lange duur van een procedure in bepaalde gevallen leidt tot geen enkele of slechts zeer geringe immateriële schade, en dat de rechter dan volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.13 \\ \\ **3.4.6** Voor het overige handhaaft de Hoge Raad zijn hiervoor in 3.2.1 en 3.2.2 beschreven rechtspraak over het recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en over de omvang van een dergelijke vergoeding. \\ \\ **Overgangsrecht** \\ \\ **3.5** De hiervoor in 3.4.3 en 3.4.4 weergegeven wijzigingen gelden niet voor zaken waarin __(**i)** de belanghebbende voorafgaand aan de datum van dit arrest om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft verzocht__, en **(ii)** de __redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure (bezwaar en beroep, hoger beroep, cassatieberoep) op de datum van dit arrest is overschreden__. Aldus wordt een aanspraak op vergoeding van immateriële schade geëerbiedigd die op grond van een daartoe vóór de datum van dit arrest gedaan verzoek is verkregen op basis van de toenmalige rechtspraak van de Hoge Raad.
 +  * HR 17 januari 2025, [[https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:46|ECLI:NL:HR:2025:46]] (Bijzonder geval pkv)
  
 ---- ----
formeel/schadevergoeding.1774366316.txt.gz · Last modified: by avdoesum