tarief:tariefswijzigingg
Differences
This shows you the differences between two versions of the page.
| Both sides previous revisionPrevious revisionNext revision | Previous revision | ||
| tarief:tariefswijzigingg [2022/09/21 16:35] – avdoesum | tarief:tariefswijzigingg [2024/09/20 13:50] (current) – avdoesum | ||
|---|---|---|---|
| Line 1: | Line 1: | ||
| =====Tariefswijziging===== | =====Tariefswijziging===== | ||
| - | - [[Tariefswijziging# | + | - [[Tariefswijzigingg# |
| - | - [[Tariefswijziging# | + | - [[Tariefswijzigingg# |
| - | - [[Tariefswijziging# | + | - [[Tariefswijzigingg# |
| - | - [[Tariefswijziging# | + | - [[Tariefswijzigingg# |
| ---- | ---- | ||
| Line 9: | Line 9: | ||
| ====1. Aantekeningen==== | ====1. Aantekeningen==== | ||
| + | ===1.1 Discussie 2022=== | ||
| **Mail Werner Gelderblom, d.d. 21 september 2022** | **Mail Werner Gelderblom, d.d. 21 september 2022** | ||
| Omdat ik weet dat jij dit leuk vindt, nog wat achtergrondinformatie over materiële en formele verschuldigdheid (met dank aan Barts speurwerk in 2018). In de bijlage vind je \\ | Omdat ik weet dat jij dit leuk vindt, nog wat achtergrondinformatie over materiële en formele verschuldigdheid (met dank aan Barts speurwerk in 2018). In de bijlage vind je \\ | ||
| - | \\ | ||
| **1)** stukken uit de parlementaire geschiedenis van implementatie van de tweede richtlijn. Grapperhaus stelde destijds onomwonden dat tarief afhangt van moment materiële verschuldigdheid (= belastbaar feit), en niet van formele verschuldigdheid (= artikel 13, moment opeisbaarheid door BD) \\ | **1)** stukken uit de parlementaire geschiedenis van implementatie van de tweede richtlijn. Grapperhaus stelde destijds onomwonden dat tarief afhangt van moment materiële verschuldigdheid (= belastbaar feit), en niet van formele verschuldigdheid (= artikel 13, moment opeisbaarheid door BD) \\ | ||
| Line 28: | Line 28: | ||
| ---- | ---- | ||
| + | |||
| + | ===1.2 Discussie 2024=== | ||
| + | |||
| + | Beste collega' | ||
| + | |||
| + | We hebben sinds gisteren een aardige discussie over de vraag of vervoerbewijzen, | ||
| + | |||
| + | het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht" | ||
| + | |||
| + | De wetshistorie is niet duidelijk op dit punt. Ik vermoed dat de bron van alle kwaad ligt in de preambule van de voucherrichtlijn. In de preambule van de voucherrichtlijn staat: | ||
| + | |||
| + | "(5) De bepalingen betreffende vouchers mogen niet leiden tot wijzigingen in de btw-behandeling van vervoerbewijzen, | ||
| + | |||
| + | Ik zie twee mogelijke interpretaties | ||
| + | |||
| + | 1. Dit kun je zo opvatten dat als een lidstaat al voor de voucherrichtlijn de afgifte van vervoerbewijzen, | ||
| + | |||
| + | "De bepalingen van de voucherrichtlijn mogen ingevolge de vijfde overweging daarvan niet leiden tot wijzigingen in de btw-behandeling van onder meer toegangskaartjes voor bioscopen en musea, vervoerbewijzen en dergelijke. In Nederland worden toegangskaartjes, | ||
| + | |||
| + | 2. Een andere lezing zou kunnen zijn - en volgens mij hebben wij dat destijds allen zo opgevat - dat vervoerbewijzen, | ||
| + | |||
| + | Wat mij betreft is het geen uitgemaakte zaak. Maar toch zou ik op basis van de MvT uit 2016/17 zeggen: het uitgangspunt is dat het géén SPV's zijn (tweede interpretatie). Op basis van de wetsgeschiedenis kan echter wel verdedigd worden dat het SPV's zijn. De vraag is dan nog of we denken te kunnen adviseren om het eerste standpunt in te nemen en zo ja, of we dat dan ook willen (gaat immers tegen de uitdrukkelijke bedoeling van de overgangsregeling als weergegeven in de MvT bij het huidige wetsvoorstel in). | ||
| + | |||
| + | Het lijkt me goed om hier zo snel mogelijk met elkaar een knoop over door te hakken. | ||
| + | |||
| + | Een andere vraag - die we destijds ook wel hebben opgeworpen, maar niet hebben beantwoord - is of een tariefswijziging die optreedt tussen de uitgifte van de SPV en de inwisseling ervan, ertoe leidt dat de SPV met terugwerkende kracht als een MPV moet worden beschouwd, omdat het btw-bedrag is gewijzigd. Ik vind dat echter te ver gaan, want dan zou nimmer sprake kunnen zijn van een SPV (een tarief kan altijd tussentijds wijzigen). | ||
| + | |||
| + | Hartelijke groet, | ||
| + | |||
| + | Ad | ||
| + | |||
| + | -----------------Jochem Kijftenbelt-------------- | ||
| + | Interessant onderwerp. Ik zit wel op de eerste lijn overigens: kaartjes zijn obv de MvT een SPV. | ||
| + | |||
| + | Wellicht ook nog in de discussie betrekken of het een verschil maakt of ik een los kaartje in 2025 koop voor voetbal/ | ||
| + | |||
| + | In Belastingplan 2011 is er destijds voor andere route gekozen: In het Belastingplan 2011 werd het verlaagde tarief voor muziek- en toneeluitvoeringen opgeheven. Er was toen ook sprake van een overgangsregeling, | ||
| + | |||
| + | Mij staat bij dat er in het verleden ook wijzigingen zijn geweest die wel hebben geleid tot een aanvullende heffing op moment prestatie, of is was dat de discussie in 2010/2011 die toen is opgelost met de overgangsregeling zoals hiervoor beschreven. | ||
| + | |||
| + | Als je de 2e interpretatie volgt dan krijg je juist alle adm lasten van bijheffingen op moment verrichten prestatie en dat lijkt me niet de bedoeling. | ||
| + | ------------ | ||
| + | Terechte punten Jochem. Je kunt bijna niet om die MvT heen. Het gekke is echter dat in de MvT bij het BP2025 een voorbeeld zit van een theaterkaartje waarbij dat juist niet als een SPV wordt aangemerkt. @Joel: ik kan er nu even niet bij, maar kun jij het betreffende stukje erbij pakken? We hebben volgens mij dus ook nog eens te maken met tegenstrijdigheden in de MvT’s. Waar vaar je dan op? | ||
| + | ----------- | ||
| + | Ja die heb ik ook gezien Ad. | ||
| + | |||
| + | Mijn beeld erbij is dat er eigenlijk niet over is nagedacht nu. Vooral ook omdat je niets leest over hoe eea dan praktisch uitwerkt: ik betaal in 2025 eur 40 voor een kaartje en daar moet theater dan laag tarief uit voldoen (vooruitbetaling in de redenering van de overgangsregeling) en als ik dan in 2026 in de zaal zit komt er een 2e heffing omdat dan de dienst wordt verricht. Wie gaat dat dan betalen en hoe gaat dat praktisch. Dus daarmee m.i. een voorbeeld dat ze heel kort door de bocht gaan en niet goed hebben nagedacht en denk ook die eerdere MvT niet scherp hebben (in mijn herinnering was het nl ook gedachtevorming 2 ipv 1 maar na opnieuw lezen kom ik in 1). | ||
| + | |||
| + | Je leest op LinkedIn (oa Jeroen Bijl) ook de tekst dat ‘als je wel vooruitbetaald maar nog geen kaartje krijgt’ er wel sprake is van een vooruitbetaling en dan zou de tekst wel kloppen. | ||
| + | |||
| + | ------------Joel de Vries----------- | ||
| + | Dank, ik kan me erin vinden dat we o.b.v. de NL wetsgeschiedenis het standpunt kunnen innemen dat toegangsbewijzen SPVs zijn en buiten het bereik van de overgangsregeling vallen. Maar wat mij betreft wel met de nodige voorzichtigheid, | ||
| + | |||
| + | De definitie van ‘voucher’ vereist dat het instrument als tegenprestatie moet worden aanvaard. Naar mijn idee is een toegangskaartje geen voucher die je koopt die vervolgens (opnieuw) als tegenprestatie wordt aanvaard, maar slechts een controle/ | ||
| + | |||
| + | 59. Ik vind het ook noodzakelijk om de invloed van overweging 5 van de richtlijn van 2016 op de aanvaarding van stadspassen als vouchers te onderzoeken, | ||
| + | 60. Deze overweging heeft mijns inziens tot doel duidelijk te maken dat de mogelijkheid om kaartjes, postzegels of dergelijke te verkrijgen door middel van een voucher geen afbreuk mag doen aan het btw-tarief dat van toepassing is op die kaartjes en dergelijke, waarvan sommige zijn vrijgesteld van btw en andere in aanmerking komen voor verlaagde tarieven. Vouchers bieden slechts een mogelijkheid om een kaartje te verkrijgen en scheppen een verplichting voor de aanbieder van dat kaartje om vouchers als tegenprestatie te aanvaarden. Zij wijzigen geenszins de btw-regeling die op deze kaartjes van toepassing is. Als een kaartje is vrijgesteld van btw, zal er geen btw worden geheven, ongeacht of de aanbieder geld, een ander betaalmiddel of een voucher als tegenprestatie heeft aanvaard. | ||
| + | 61. Mijns inziens kan een instrument dat voldoet aan de twee voorwaarden van de btw-richtlijn slechts in één geval niet als een voucher worden aangemerkt, namelijk wanneer het zich verzet tegen de bijzondere btw-behandeling van een dienst waarvoor het als tegenprestatie moet worden aanvaard. Zoals ik zal aantonen in het laatste gedeelte van mijn conclusie, zal de behandeling van een stadspas als voucher niet leiden tot wijzigingen van de specifieke btw-behandeling van diensten die in een dergelijke voucher inbegrepen zijn en die voor een andere btw-behandeling in aanmerking komen, indien een stadspas, zoals een voucher voor meervoudig gebruik, volgens de „winstmargeoptie” wordt belast. | ||
| + | |||
| + | In het Voucherbesluit staat hier niks over, maar wel een soortgelijke redenering over abonnementen (en ik vermoed daarmee ook seizoenskaarten @Jochem): “Een abonnement, zoals een telefoonabonnement of sportabonnement, | ||
| + | |||
| + | @Ad van Doesum (NL dit is het voorbeeld dat jij bedoelt uit het BP2025. | ||
| + | |||
| + | {{: | ||
| + | |||
| + | ---------- | ||
| ====2. Regelgeving==== | ====2. Regelgeving==== | ||
| + | |||
| + | * {{ : | ||
| ---- | ---- | ||
| Line 38: | Line 106: | ||
| ====4. Literatuur==== | ====4. Literatuur==== | ||
| + | |||
| + | |||
| + | * {{ : | ||
| ---- | ---- | ||
tarief/tariefswijzigingg.1663770945.txt.gz · Last modified: by avdoesum
