Site Tools


verschuldigdheid:aansprakelijkheid

Differences

This shows you the differences between two versions of the page.

Link to this comparison view

Both sides previous revisionPrevious revision
Next revision
Previous revision
verschuldigdheid:aansprakelijkheid [2025/07/13 12:14] – [3.1 Artikel 205 Btw-richtlijn] avdoesumverschuldigdheid:aansprakelijkheid [2025/09/13 11:29] (current) – [3.2 Conclusie Kokott, Vaniz] avdoesum
Line 29: Line 29:
  
   * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CC0001&from=nl|Conclusie AG Kokott, MC, zaak C-1/21, r.o. 45]] \\ **45**. Artikel 205 van de btw-richtlijn strekt ertoe de schatkist ervan verzekeren dat de belasting over de toegevoegde waarde op doeltreffende wijze wordt geïnd bij degene bij wie dat in de betreffende situatie het meest adequaat kan geschieden, met name wanneer de contractanten zich niet in dezelfde lidstaat bevinden of wanneer de aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen transactie betrekking heeft op handelingen die zodanig specifiek zijn dat een andere dan de in artikel 193 van die richtlijn bedoelde persoon moet worden aangewezen.(15) \\ (…) \\  **69**. Volgens het Hof vormt het in verband met de aansprakelijkheid op grond van artikel 205 van de btw-richtlijn geen beletsel dat deze aansprakelijkheid zich niet alleen uitstrekt tot de belastingschuld, maar ook tot de vertragingsrente van een derde.(22)Ook al heeft volgens de bewoordingen van artikel 205 van de btw-richtlijn de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel betrekking op de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde, deze bepaling staat er niet aan in de weg dat de lidstaten voorschrijven dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de betrokken persoon zich uitstrekt tot alle kosten die samenhangen met die belasting. Deze kosten omvatten ook de vertragingsrente die de belastingplichtige verschuldigd is wegens niet-betaling van de belasting over de toegevoegde waarde.(23)   * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62021CC0001&from=nl|Conclusie AG Kokott, MC, zaak C-1/21, r.o. 45]] \\ **45**. Artikel 205 van de btw-richtlijn strekt ertoe de schatkist ervan verzekeren dat de belasting over de toegevoegde waarde op doeltreffende wijze wordt geïnd bij degene bij wie dat in de betreffende situatie het meest adequaat kan geschieden, met name wanneer de contractanten zich niet in dezelfde lidstaat bevinden of wanneer de aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen transactie betrekking heeft op handelingen die zodanig specifiek zijn dat een andere dan de in artikel 193 van die richtlijn bedoelde persoon moet worden aangewezen.(15) \\ (…) \\  **69**. Volgens het Hof vormt het in verband met de aansprakelijkheid op grond van artikel 205 van de btw-richtlijn geen beletsel dat deze aansprakelijkheid zich niet alleen uitstrekt tot de belastingschuld, maar ook tot de vertragingsrente van een derde.(22)Ook al heeft volgens de bewoordingen van artikel 205 van de btw-richtlijn de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel betrekking op de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde, deze bepaling staat er niet aan in de weg dat de lidstaten voorschrijven dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de betrokken persoon zich uitstrekt tot alle kosten die samenhangen met die belasting. Deze kosten omvatten ook de vertragingsrente die de belastingplichtige verschuldigd is wegens niet-betaling van de belasting over de toegevoegde waarde.(23)
 +
 +----
 +
 +==3.2 Conclusie Kokott, Vaniz==
 +
 +  * [[https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CC0121|Conclusie van advocaat-generaal J. Kokott van 4 september 2025, ecli:EU:C:2025:675, Zaak C‑121/24 „Vaniz” EOOD tegen Direktor na Direktsia „Obzhalvane i danachno-osiguritelna praktika” – Veliko Tarnovo]] \\  **37.** Het arrest in de zaak ALTI(25) brengt hierin geen verandering. In dat arrest heeft het Hof echter opgemerkt __dat artikel 205 van de btw-richtlijn een lidstaat toestaat om iemand hoofdelijk tot voldoening van de btw verplicht te houden, wanneer deze had moeten weten dat de over deze transactie verschuldigde belasting onbetaald zou blijven__.(26) \\ **38.** Maar – aldus het Hof van Justitie – daardoor mag geen systeem van onvoorwaardelijke aansprakelijkheid worden ingevoerd. Handelaren die alles doen wat redelijkerwijs van hen kan worden verlangd om te zorgen dat hun transacties geen onderdeel vormen van een keten waarin misbruik of fraude wordt gepleegd, moeten immers kunnen vertrouwen op de rechtsgeldigheid van deze transacties, zonder het risico te lopen dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor deze door een andere belastingplichtige verschuldigde belasting.(27) \\ **56.** Artikel 205 van de btw-richtlijn veronderstelt dus dat er een (rechtvaardigende) grondslag bestaat voor aansprakelijkheid voor belastingschulden van derden. Deelname aan fraude of eigen misbruik kan, gelezen in samenhang met artikel 273 van de btw-richtlijn, een dergelijke grondslag voor aansprakelijkheid vormen (zie punten 29 e.v. hierboven). Dit leidt volgens de rechtspraak reeds tot een eigen belastingschuld van de betrokkene.(44) Kennis van een mogelijk toekomstig verzuim van de medecontractant om diens naar behoren aangegeven belastingschulden te betalen, is echter niet voldoende
 +
  
 ---- ----
verschuldigdheid/aansprakelijkheid.1752401684.txt.gz · Last modified: by avdoesum