5.3. Indien aldus de verplichting tot schadevergoeding tussen de belanghebbende en de D niet meer in geschil is, kan de betaling van de D van een bepaald bedrag aan de belanghebbende slechts worden aangemerkt als het vergoeden van schade voortvloeiend uit onrechtmatige daad.
Wanneer die schade (deels) vergoed is/wordt, ligt het in de rede dat de belanghebbende haar medewerking zal verlenen aan het royement van de civiele procedures. Deze medewerking kan echter, gelet op het vorenoverwogene, geenszins worden aangemerkt als de prestatie waartegenover de (schade)vergoeding heeft gestaan. Het feit dat de belanghebbende heeft afgezien van een deel van haar subsidiaire vordering, zoals deze door het hof toewijsbaar werd geacht, maakt bovenstaande niet anders.
Hof Leeuwarden 2 september 1994, nr. 538/92, FED 1994/627, ECLI:NL:GHLEE:1994:BI9480