Table of Contents

Entiteit


1. Aantekeningen

1.1 Fiscale eenheid als entiteit


===1.2 Proefschriftaantekeningen entiteit


1.3 Het begrip entiteit

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het begrip 'samenhangende diensten', verricht door assurantiemakelaars of verzekeringsagenten.
HR 7 november 2003 Nr. 37 800, BNB 2004/66 (V-N 2003/58.19; FED 2003/648).

Literatuur
R.R.J.M. Keijsers, 'Van echtparen, entiteiten en fiscale eenheden en hoe scheiden doet lijden', BtwBrief 1996, nr. 12, blz. 8, bespreekt HR 9 oktober 1996, nr. 31 104.
R.N.G. Van der Paardt geeft in zijn aant. bij FED 2003/648 aan dat ook al werken personen met betrekking tot bepaalde economische activiteiten duurzaam met elkaar samen, dan is van een eenheid in ondernemerschap (vergelijk het arrest van het HvJ EG 27 januari 2000, Heerma, zaak C-23/98 BNB 2000/297) geen sprake. In dit geval presenteert de verzekeraar zich naar buiten als zelfstandige verzekeraar die door bemiddeling van tussenpersonen verzekeringen aanbiedt en afsluit en treden belanghebbende en de verzekeraar niet naar buiten als gezamenlijke exploitanten van het verzekeringsbedrijf. Het optreden van een samenwerkingsverband in het economische verkeer is van grote importantie voor de beoordeling van de vraag, of zij gezamenlijk als één ondernemer kunnen worden gezien, dan wel of er sprake is van twee zelfstandige ondernemers die in het economische verkeer optreden, waarvan de prestaties elk op hun fiscale merites beoordeeld dienen te worden. De auteur juicht het toe dat de Hoge Raad over het begrip 'samenhangende diensten verricht door assurantiemakelaars en verzekeringsagenten' een prejudiciële vraag heeft gesteld.
Van Hilten gaat in haar noot op BNB 2004/66 in op de vraag of voor het zijn van een entiteit nog een tweede voorwaarde geldt: het voor gemeenschappelijk rekening en risico optreden. De Hoge Raad gaat er niet in op het aspect, hoewel de staatssecretaris dat wel aansneed en zich op het standpunt stelde dat voor het zijn van een entiteit noodzakelijk is dat gezamenlijk voor gemeenschappelijke rekening en risico wordt opgetreden. Uit de overwegingen in het arrest valt haars inziens niet af te leiden of de Hoge Raad de opvatting van de staatssecretaris deelt, maar niet aan een additioneel vereiste van gezamenlijke rekening en risico toekomt omdat er al geen sprake is van een entiteit in verband met het ontbreken van een gezamenlijke presentatie naar buiten of dat de Hoge Raad de door de staatssecretaris bepleite extra voorwaarde niet stelt. Hooguit zou de zinsnede '(…) personen met betrekking tot bepaalde economische activiteiten met elkaar in een duurzame samenwerking naar buiten optreden en zo een bedrijf of beroep uitoefenen(*3) zodat sprake is van een combinatie met feitelijke maatschappelijke zelfstandigheid (…)' in 4.1.3 kunnen wijzen op de eis dat een combinatie ook gezamenlijk risico moet lopen om één ondernemer te zijn. Toch denk zij niet dat die zinsnede zo bedoeld is.


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur