Dinkelland
HvJ 22 februari 2024, nr. C‑674/22, ecli:EU:C:2024:147
35. In de eerste plaats is een btw-bedrag dat wordt geheven omdat de belastingplichtige zijn recht op aftrek niet heeft uitgeoefend, een „geheven” bedrag.
36. Wat in de tweede plaats het begrip „in strijd met het Unierecht” betreft, moet ten eerste worden opgemerkt dat wanneer de belastingplichtige bij vergissing btw in rekening brengt, deze niet in strijd met het Unierecht wordt geheven maar overeenkomstig artikel 203 van de btw-richtlijn, dat bepaalt dat eenieder die de btw op een factuur vermeldt, de op die factuur vermelde belasting verschuldigd is (zie in die zin arrest van 13 oktober 2022, HUMDA, C-397/21, EU:C:2022:790, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
37. Voorts moet iedere belastingplichtige krachtens artikel 250, lid 1, van de btw-richtlijn een btwaangifte indienen waarop alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de verschuldigde belasting en van de aftrek vast te stellen. Bijgevolg handelt de belastingdienst niet in strijd met het Unierecht wanneer hij op basis van die aangifte btw int, ook al heeft de belastingplichtige om redenen die hem eigen zijn daarin niet de gegevens vermeld die nodig zijn om de omvang van zijn recht op aftrek als bedoeld in artikel 168 van deze richtlijn vast te stellen, en heeft hij dit recht dus niet uitgeoefend.
38. Bijgevolg kan een btw-bedrag niet worden geacht „in strijd met het Unierecht” te zijn geheven omdat de belastingplichtige zijn recht op aftrek per vergissing niet heeft uitgeoefend.
Dictum: Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het niet de verplichting oplegt om rente aan een belastingplichtige te betalen vanaf de betaling van een bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) dat vervolgens door de belastingdienst wordt terugbetaald, wanneer die teruggaaf deels het gevolg is van de vaststelling dat de belastingplichtige wegens fouten in zijn boekhouding zijn recht op aftrek van voorbelasting voor de betrokken jaren niet volledig heeft uitgeoefend, en deels het gevolg is van een wijziging, met terugwerkende kracht, van de berekeningsmodaliteiten van de aftrekbare btw over de algemene kosten van de belastingplichtige, indien deze modaliteiten onder zijn uitsluitende verantwoordelijkheid zijn vastgesteld.