Site Tools


beginselen:gezag_van_gewijsde

Gezag van gewijsde

1. Aantekeningen

  • Het vaste jurisprudentie dat in het belastingrecht elke aanslag op zichzelf moet worden beschouwd (HR 14 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0512, rechtsoverweging 3.5.). Het gezag van gewijsde is een civielrechtelijk leerstuk dat is geregeld in artikel 236, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Die bepaling heeft slechts betrekking op beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en die zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de burgerlijke rechter. In wetgeving over het fiscale procesrecht is geen vergelijkbare bepaling opgenomen. Er bestaat geen aanleiding voor overeenkomstige toepassing van artikel 236, lid 1, Rv op onherroepelijke beslissingen van de belastingrechter over een civielrechtelijke rechtsverhouding. Het in belastingzaken toepasselijke stelsel van wettelijke regels van procesrecht, zoals neergelegd in de Awb en de AWR, biedt daarvoor geen aanknopingspunten. Overeenkomstige toepassing van die bepaling is ook niet in overeenstemming met de taak van de belastingrechter. Die rechter heeft in beginsel niet tot taak om civielrechtelijke rechtsverhoudingen vast te stellen. Zijn taak in een procedure over een belastingaanslag is om een oordeel te geven over de rechtmatigheid van die aanslag, en aldus de rechtsverhouding tussen de belastingplichtige en de heffende overheid vast te stellen voor zover het die aanslag betreft.

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • Olimpiclub, C‑2/08
  • UR C-424/19
  • GE Auto Service Leasing GmbH, C‑294/20

GE Auto Service Leasing GmbH, C‑294/20

42. Daarbij komt dat volgens vaste rechtspraak van het Hof een regel van nationaal recht op grond waarvan rechters die niet in laatste aanleg uitspraak doen, zijn gebonden door het rechtsoordeel van de hogere rechters, eerstgenoemde rechters niet de bevoegdheid kan ontnemen het Hof vragen voor te leggen over de uitlegging van het Unierecht waarop bedoeld oordeel betrekking heeft. Volgens het Hof moet het de niet in laatste aanleg uitspraak doende rechter immers vrijstaan zich met zijn vragen tot het Hof te wenden indien hij meent dat het rechtsoordeel van de hogere rechter hem tot een met het Unierecht strijdig vonnis zou kunnen brengen (arrest van 5 maart 2019, Eesti Pagar, C‑349/17, EU:C:2019:172, punt 52 en aldaar aangehaalde rechtspraak


Kobler, C-224/01
38. In dit verband moeten worden opgemerkt dat het belang van het beginsel van de eerbiediging van het gezag van gewijsde niet kan worden betwist (zie arrest Eco Swiss, reeds aangehaald, punt 46). Om zowel de stabiliteit van het recht en van de rechtsbetrekkingen, als een goede rechtspleging te garanderen, is het van belang dat rechterlijke beslissingen die definitief zijn geworden nadat de beschikbare beroepsmogelijkheden zijn uitgeput of na afloop van de voor deze beroepen voorziene termijnen, niet meer opnieuw in geding kunnen worden gebracht.


4. Literatuur


beginselen/gezag_van_gewijsde.txt · Last modified: by avdoesum · Currently locked by: 216.73.217.59,172.17.0.1