Table of Contents
Rechtszekerheid
1. Aantekeningen
1.1 Grote hoeveelheid jurisprudentie HvJ
- grote hoeveelheid HvJ jurisprudentie leidt tot rechtsonzekerheid en kosten. Zie Group on the future of VAT, minutes meeting 33, 16 October 2020, Taxud.c.1.(2020)7112886, GFV No 102 meeting 33, blz. 4
1.2 Rechten en plichten kunnen kennen
Salomie en Oltean
HvJ 9 juli 2015, zaak C-183/14, Radu Florin Salomie en Nicolae Vasile Oltean tegen Direcția Generală a Finanțelor Publice Cluj, ECLI:EU:C:2015:454
Salomie en Oltean, r.o. 31 32
31 As the Court has held on numerous occasions, it follows, inter alia, that EU legislation must be certain and its application foreseeable by those who are subject to it. That requirement of legal certainty must be observed all the more strictly in the case of rules liable to entail financial consequences, in order that those concerned may know precisely the extent of the obligations which those rules impose on them (judgment in Ireland v Commission, 325/85, EU:C:1987:546, paragraph 18).
32. Voorts moeten op de door het Unierecht bestreken gebieden de rechtsregels van de lidstaten ondubbelzinnig zijn geformuleerd, zodat de betrokkenen op duidelijke en nauwkeurige wijze hun rechten en plichten kunnen kennen en de nationale rechter in staat is, de eerbiediging ervan te verzekeren (zie arrest Commissie/Italië, 257/86, EU:C:1988:324, punt 12).
1.3 Rechtszekerheid - duidelijke regelgeving
Conclusie van Advocaat-Generaal Ettema van 29 december 2023, nr. 23/01996, ECLI:NL:PHR:2023:1219
9. 12 Het rechtszekerheidsbeginsel staat niet eraan in de weg dat een bepaling pas na uitleg door de rechter leidt tot voldoende zekerheid voor belastingplichtigen.
In gelijke zin: concl. A-G Campos Sánchez-Bordona 11 februari 2021, Jumbocarry Trading, C-39/20, ECLI:EU:C:2021:120, punt 90. Ik maak in dit verband naar analogie een vergelijking met het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel. Ook met betrekking tot dat beginsel vormt het geen obstakel dat een bepaling eerst interpretatie door de rechterlijke instanties vereist, alvorens het voor burgers duidelijk is welke handelingen leiden tot strafrechtelijke aansprakelijkheid. Vergelijk in dit verband: HvJ 3 juni 2008, Intertanko e.a., C308/06, ECLI:EU:C:2008:312 (conclusie A-G Kokott), punt 71 en de aldaar aangehaalde rechtspraak van het EHRM. Als de eis van voorafgaande rechterlijke interpretatie binnen het strafrecht geen obstakel vormt, is dit mijns inziens met betrekking tot het rechtszekerheidsbeginsel buiten het strafrecht evenmin problematisch.
1.4 Relevantie administratieve praktijken
SALIX Grundstücks-Vermietungsgesellschaft, C-102/08 en DSR, C-218/21
Aangezien de bepalingen van een richtlijn moeten worden uitgevoerd met een onbetwistbare dwingende kracht en met de vereiste specificiteit, nauwkeurigheid en duidelijkheid, kan een lidstaat zich niet zonder meer beroepen op administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de overheid kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, om aan te tonen dat een bepaling van de btw-richtlijn op grond waarvan een verlaagd btw-tarief op een categorie diensten mag worden toegepast, selectief is omgezet (zie in die zin arrest van 4 juni 2009, SALIX Grundstücks-Vermietungsgesellschaft, C-102/08, EU:C:2009:345, punten 42 en 43 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
1.5 Vertrouwen op wettelijke bepalingen
Grundstücksgemeinschaft Kollaustraße< C-9/20, Conclusie AG Tanchev, para.36
(…)Zoals het Hof heeft vastgesteld in de arresten Denkavit International(22) en Gaz de France – Berliner Investissement(23): „[Wettelijke bepalingen] zijn immers bestemd voor de justitiabelen die overeenkomstig de vereisten van het rechtszekerheidsbeginsel op de inhoud ervan moeten kunnen afgaan.”
1.6 Geen beroep op rechtszekerheidsbeginsel mogelijk in geval van fraude
- MS KLJUČAROVCI
HvJ 3 december 2025, Zaak T-646/24, MS KLJUČAROVCI, d. o. o. - v stečaju tegen Republiek Slovenië, ECLI:EU:T:2025:1081
60 Dienaangaande moet er in navolging van de Republiek Slovenië op worden gewezen dat volgens de rechtspraak de weigering om een voordeel ontleend aan de btw-richtlijn toe te passen, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, het neutraliteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen. Die beginselen kunnen immers niet op goede gronden worden aangevoerd door een belastingplichtige die opzettelijk aan belastingfraude heeft deelgenomen en het functioneren van het gemeenschappelijke btw-stelsel in gevaar heeft gebracht (zie in die zin arrest van 7 december 2010, R., C‑285/09, EU:C:2010:742, punten 53 en 54).
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- Intertanko
CJEU 3 June 2008, Case C-308/06, The Queen, on the application of International Association of Independent Tanker Owners (Intertanko) and Others v Secretary of State for Transport, ECLI:EU:C:2008:312
This principle requires that a legal system and its application is clear and precise, so that individuals may ascertain unequivocally what their rights and obligations are and may take steps accordingly. CJEU 3 June 2008, Case C-308/06 Intertanko and others, ECLI: EU:C:2008:312, para. 69. - Commission v Netherlands
CJEU 22 November 2001, Case C-301/97, Kingdom of the Netherlands v Council of the European Union, ECLI:EU:C:2001:621
Further, it demands that EU VAT law (including CJEU case law) is certain and its application foreseeable by those subject to it. - Halifax
CJEU 21 February 2006, Case C-255/02, Halifax plc, Leeds Permanent Development Services Ltd and County Wide Property Investments Ltd v Commissioners of Customs & Excise, ECLI:EU:C:2006:121, para. 72
72. However, as the Court has held on numerous occasions, Community legislation must be certain and its application foreseeable by those subject to it (see, in particular, Case C-301/97 Netherlands v Council [2001] ECR I-8853, paragraph 43). That requirement of legal certainty must be observed all the more strictly in the case of rules liable to entail financial consequences, in order that those concerned may know precisely the extent of the obligations which they impose on them (Case 326/85 Netherlands v Commission [1987] ECR 5091, paragraph 24, and Case C-17/01 Sudholz [2004] ECR I-4243, paragraph 34). - C‑189/18, Agriculture Hungary Kft
45. Voorts zij eraan herinnerd dat rechtszekerheid behoort tot de in het Unierecht erkende algemene beginselen. Aldus heeft het Hof met name vastgesteld dat het feit dat een administratief besluit definitief is geworden na het verstrijken van redelijke beroepstermijnen of na uitputting van alle rechtsmiddelen, bijdraagt tot die rechtszekerheid en dat het Unierecht niet vereist dat een bestuursorgaan in beginsel moet terugkomen op een dergelijk definitief administratief besluit (zie in die zin arresten van 13 januari 2004, Kühne & Heitz, C‑453/00, EU:C:2004:17, punt 24; 12 februari 2008, Kempter, C‑2/06, EU:C:2008:78, punt 37, en 4 oktober 2012, Byankov, C‑249/11, EU:C:2012:608, punt 76).
—-
