Table of Contents
Vertrouwensbeginsel
1. Aantekeningen
1.1 Vertrouwen op beleidsbesluit
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juli 2024, nr. 23/516, ecli:NL:GHARL:2024:4430
4.11. Het Besluit onroerende zaken omzetbelasting kwalificeert als een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, lid 4, Awb. Een belanghebbende mag zich op het voor hem meest gunstige beleidsbesluit beroepen, ongeacht of het belastbare feit zich heeft voorgedaan voor de publicatie van de betreffende beleidsregel. Dat is slechts anders indien daartoe in de beleidsregels een afwijkende bepaling is opgenomen.5 Een dergelijke, afwijkende bepaling is in het Besluit onroerende zaken omzetbelasting niet opgenomen. Belanghebbende kan zich dus beroepen op het Besluit onroerende zaken omzetbelasting.
4.12. Bij de uitleg van beleidsregels zoals opgenomen in het Besluit onroerende zaken omzetbelasting moet ervan worden uitgegaan dat belastingplichtigen deze hebben moeten begrijpen zoals deze naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze moeten worden opgevat.6
1.2 Geen vertrouwen op algemeen verbindend voorschrift
- HR 14 april 2023, 20/02590, ECLI:NL:HR:2023:460
3.2.3 De uitzondering die in deze algemene aantekening van Bijlage B is gemaakt voor de instellingen bedoeld in de posten b.29 en b.33 van Bijlage B, is in strijd met artikel 11, lid 1, letter f, van de Wet. Die wettelijke bepaling maakt het immers alleen mogelijk om bij algemene maatregel van bestuur vrijgestelde leveringen en diensten van sociale of culturele aard aan te wijzen in gevallen waarin de ondernemer geen winst beoogt. Door de uitzondering voor instellingen bedoeld in de posten b.29 en b.33 van Bijlage B heeft de besluitgever ook leveringen en diensten aangewezen van ondernemers die wel winst beogen, en heeft hij in zoverre de aan hem in artikel 11, lid 1, letter f, van de Wet toegekende regelgevende bevoegdheid overschreden. In zoverre is Bijlage B onverbindend en dient zij buiten toepassing te blijven.
3.2.4 In dit verband verdient opmerking dat een ondernemer die winst beoogt en een beroep wil doen op de vrijstelling van post b.29 of post b.33 van Bijlage B, niet met succes een beroep kan doen op vertrouwen dat bij hem is gewekt door die bijlage bij het Uitvoeringsbesluit. In rechte te beschermen vertrouwen kan immers alleen worden ontleend aan uitlatingen van een bestuursorgaan. De vaststelling van Bijlage B is aan te merken als het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift en niet als een uitlating van een bestuursorgaan.
1.3 Vertrouwen ontlenen aan boekenonderzoek
- Conclusie van advocaat-generaal Ettema van 12 december 2025, nr. 24/02718 (Fiscale eenheid, samenwerkende groep)
2.28 De Hoge Raad heeft in het boekenclubarrest9 geoordeeld dat sprake kan zijn van de schijn van een standpuntbepaling bij een boekenonderzoek als een aangelegenheid dusdanig duidelijk aanwezig is dat deze niet aan de aandacht van de controleambtenaar kan zijn ontsnapt en dat deze aangelegenheid aanleiding zou moeten geven kritische opmerkingen te maken of tot naheffing over te gaan, maar niettemin niet is overgegaan tot het maken van opmerkingen of tot naheffing. Van een dergelijke situatie is naar het oordeel van het Hof niet gebleken. Ook als belanghebbende aan het rapport uit 2004 het vertrouwen mocht ontlenen dat de voorbelasting in dat jaar niet zou worden gecorrigeerd, kan met de door belanghebbende aangeleverde informatie niet worden vastgesteld of de situatie in 2003-2004 vergelijkbaar is met de situatie in de onderhavige jaren.
1.4 Geen beroep op vertrouwensbeginsel mogelijk in geval van fraude
- MS KLJUČAROVCI
HvJ 3 december 2025, Zaak T-646/24, MS KLJUČAROVCI, d. o. o. - v stečaju tegen Republiek Slovenië, ECLI:EU:T:2025:1081
60 Dienaangaande moet er in navolging van de Republiek Slovenië op worden gewezen dat volgens de rechtspraak de weigering om een voordeel ontleend aan de btw-richtlijn toe te passen, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, het neutraliteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen. Die beginselen kunnen immers niet op goede gronden worden aangevoerd door een belastingplichtige die opzettelijk aan belastingfraude heeft deelgenomen en het functioneren van het gemeenschappelijke btw-stelsel in gevaar heeft gebracht (zie in die zin arrest van 7 december 2010, R., C‑285/09, EU:C:2010:742, punten 53 en 54).
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
3.1 HvJ
- Elmeka
HvJ 14 september 2006, Gevoegde zaken C-181/04 tot C-183/04, Elmeka NE tegen Ypourgos Oikonomikon, ECLI:EU:C:2006:563 - Commissie - Spanje HvJ 18 januari 2001, nr. C-83/99, Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk Spanje, ECLI:EU:C:2001:31, r.o. 25
- 22. Ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van de krachtens de Zesde richtlijn op haar rustende verplichtingen stelt de Spaanse regering, dat de duur van de procedures die door de Commissie zijn ingeleid tegen de lidstaten die de werkzaamheid bestaande in het ter beschikking stellen van wegeninfrastructuren niet aan BTW onderwerpen, bij het Koninkrijk Spanje het gewettigd vertrouwen had gewekt, dat de Zesde richtlijn niet noodzakelijkerwijs tot toepassing van het normale BTW-tarief op deze werkzaamheid verplichtte.
23. Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat in het kader van de procedure wegens niet-nakoming de exacte inhoud van de verplichtingen van de lidstaten in geval van onenigheid over de uitlegging kan worden bepaald (arrest van 14 december 1971, Commissie/Frankrijk, 7/71, Jurispr. blz. 1003, punt 49), en dat die procedure berust op de objectieve vaststelling van de niet-nakoming door een lidstaat van de krachtens het Verdrag of een handeling van afgeleid recht op hem rustende verplichtingen (zie met name arrest van 1 oktober 1998, Commissie/Spanje, C-71/97, Jurispr. blz. I-5991, punt 14).
24. Bovendien zij eraan herinnerd, dat het vertrouwensbeginsel, dat het rechtstreekse uitvloeisel is van het rechtszekerheidsbeginsel, in het algemeen wordt aangevoerd door particulieren (marktdeelnemers) bij wie de overheid een gewettigd vertrouwen heeft opgewekt en niet door een regering kan worden ingeroepen om zich te onttrekken aan de gevolgen van een beslissing van het Hof waarbij de ongeldigheid van een communautaire handeling is vastgesteld (arrest van 19 september 2000, Ampafrance et Sanofi, C-177/99 en C-181/99, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 67).
25. Gelet op het voorgaande moet worden beklemtoond, dat het vertrouwensbeginsel in een geval als het onderhavige niet door een lidstaat kan worden ingeroepen om de objectieve vaststelling van de niet-nakoming van de krachtens het Verdrag of een handeling van afgeleid recht op hem rustende verplichtingen te verhinderen, aangezien aanvaarding van deze rechtvaardigingsgrond zou indruisen tegen het doel van de procedure van artikel 169 van het Verdrag (zie in die zin arresten van 11 juni 1985, Commissie/Ierland, 288/83, Jurispr. blz. 1761, punt 22, en 24 september 1998, Commissie/Frankrijk, C-35/97, Jurispr. blz. I-5325, punt 45).
26. Het beroep van het Koninkrijk Spanje op eerbiediging van het vertrouwensbeginsel staat er dus hoe dan ook niet aan in de weg, dat in casu de niet-nakoming door deze lidstaat wordt vastgesteld.
- Salomie en Oltean
- Nigl
- SEB Bankas
3.2 HR
- HR 5 november 2021, nr. 20/03173, ecli:NL:HR:2021:1654
Dispositievereiste; Hoge Raad komt terug van HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918. - HR 14 April 2023, nr. 20/02590, ECLI:NL:HR:2023:460
Je kunt geen vertrouwen ontlenen aan het Uitvoeringsbesluit OB, omdat dat een algemeen verbindend voorschrift is en niet een uitlating van een bestuursorgaan.
3.2.4 In dit verband verdient opmerking dat een ondernemer die winst beoogt en een beroep wil doen op de vrijstelling van post b.29 of post b.33 van Bijlage B, niet met succes een beroep kan doen op vertrouwen dat bij hem is gewekt door die bijlage bij het Uitvoeringsbesluit. In rechte te beschermen vertrouwen kan immers alleen worden ontleend aan uitlatingen van een bestuursorgaan. De vaststelling van Bijlage B is aan te merken als het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift en niet als een uitlating van een bestuursorgaan.
3.3 Schijn van standpuntbepaling
4.8. De Hoge Raad heeft in het Boekenclub-arrest geoordeeld dat sprake kan zijn van een schijn van een standpuntbepaling bij een boekenonderzoek indien een aangelegenheid dusdanig pregnant aanwezig is dat deze niet aan de aandacht van de controleambtenaar kan zijn ontsnapt, deze aangelegenheid aanleiding zou moeten geven kritische opmerkingen te maken of tot naheffing over te gaan en niet is overgegaan tot het maken van opmerkingen of tot naheffing.
Zie: Hoge Raad 18 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH8148.
3.4 Schadevergoeding bij niet kunnen honoreren (Unierechtelijk) vertrouwensbeginsel
- HvJ 14 juli 2022, c-36/21, Sense Visuele communicatie en Handel vof, tevens handelend onder de naam De Scharrelderij, EclI:EU:c:2022:556.
3.5 Vertrouwen op website belastingdienst
- Rechtbank Gelderland, 28 maart 2023, nrs. 22/660 en 22/661, ecli:NL:RBGEL:2023:1660
18. Op de website van de Belastingdienst zijn voorbeelden van vrijgestelde medische diensten vermeld. Tot 1 januari 2022 was daarbij de vermelding ‘waarneming door collega’s’ opgenomen. Eiseres beroept zich op deze vermelding op de website van de Belastingdienst.
19. Het gaat hier om een algemene voorlichting, die geen toezegging of goedkeuring inhoudt. Voor deze situatie geldt de volgende regel van de Hoge Raad. In gevallen waarin de belastingplichtige, afgaande op - achteraf bezien onjuiste - informatie, een handeling heeft verricht of nagelaten ten gevolge waarvan een hoger bedrag van hem wordt geheven dan hij op basis van die informatie meende als gevolg van die handeling of dat nalaten te moeten betalen, zal doeltreffende rechtsbescherming tegen inbreuken op het vertrouwensbeginsel in de regel het oordeel rechtvaardigen dat het meerdere niet van de belastingplichtige mag worden geheven.
3.6 Uitlegging beleidsbesluiten
- HR 9 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:216
5.7.4 Bij de uitleg van beleidsregels zoals opgenomen in het vastgoedbesluit moet ervan worden uitgegaan dat belastingplichtigen deze hebben moeten begrijpen zoals deze naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze moeten worden opgevat. - HR 12 juni 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4620, BNB 1991/244
3.7 Vertrouwen op ongepubliceerde kennisgroepstandpunten
3.8 Verschil goedkeurend / interpretatief beleid
- Conclusie van A-G Ettema van 27 december 2024, nr. 23/04201, ECLI:NL:PHR:2024:1415 (Verlaagd tarief karaokecabines - vertrouwen op ongepubliceerde kennisgroepstandpunten)
5.28 Volgens Happé geldt deze regel alleen voor wetsinterpreterende beleidsregels en niet voor goedkeurende beleidsregels (voetnoten niet overgenomen):62 “Met betrekking tot de objectieve beschouwingswijze van de rechter kan nog een nadere nuancering worden aangebracht. Deze houdt verband met het onderscheid tussen wetsinterpreterende en goedkeurende beleidsregels. Met betrekking tot de eerste categorie van beleidsregels gaf de Hoge Raad in BNB 1980/218 nog een nadere aanwijzing over de wijze van uitleg. Indien redelijkerwijze over de uitleg kan worden getwijfeld in die zin dat zowel een uitleg in overeenstemming met de wet als in strijd met de wet verdedigbaar is, behoort de rechter aan een uitleg in overeenstemming met de wet de voorkeur te geven. Deze interpretatieregel van de rechter komt mij juist voor. In wezen brengt de rechter hier het legaliteitsbeginsel tot uitdrukking. ().
Ingeval het om beleidsregels contra legem gaat ligt dat uiteraard anders. De rechter legt dan de goedkeurende beleidsregel uit op dezelfde wijze als wettelijke voorschriften. Daarbij kan juist een rol spelen dat de goedkeurende beleidsregel, afgezien van de uniforme toepassing daarvan, een rechtsgevolg beoogt te bewerkstelligen in afwijking van een wettelijke voorschrift. De betekenis van het wettelijke voorschrift speelt juist een rol in de zin van de afbakening van wat de beleidsregel heeft willen regelen.().
Samenvattend kan worden geconstateerd dat het vertrouwen dat nodig is voor een beroep op door gepubliceerde uitlatingen ofwel beleidsregels opgewekt vertrouwen verregaand door de rechter is geobjectiveerd. Het voor een belangrijke categorie van beleidsregels van belang zijnde Leidraadarrest is als het sluitstuk van deze ontwikkeling te beschouwen. De beleidsregels die tevens de kenmerken bezitten die in het Leidraadarrest worden genoemd, worden met betrekking tot de uitleg daarvan door de Hoge Raad gelijkgesteld met algemeen verbindende voorschriften. ()”
4. Literatuur
- S.B. Cornielje, Voorstel voor een nieuwe holdingresolutie in de omzetbelasting, WFR 2023/223
Bij strijdigheid met een du regel van Unierecht kan hoe dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen aan een besluit worden ontleend(HvJ EG 26 april 1988, nr. 316/86, ECLI:EU:C:1988:201 (Krücken), r.o. 24; HvJ EU 20 juni 2013, C-568/11, ECLI:EU:C:2013:407 (Agroferm), r.o. 52; HvJ EU 20 december 2017, C-516/16, ECLI:EU:C:2017:1011 (Erzeugerorganisation Tiefkühlgemüse), r.o. 69 en HvJ EU 14 juli 2022, C-36/21, ECLI:EU:C:2022:556 (SenseVisuele Communicatie en Handel vof), r.o. 28.)
