Site Tools


belastbare_handeling:commissionair

Commissionair

Aantekeningen

1.1 Doorwerking CMR-fictie naar plaats prestatie

  • DuoDecad, C-596/20, Conclusie Kokott, para. 61 e.v.
    CMR-fictie werkt door naar de plaats van de prestatie.
  • XyRality
    HvJ 9 oktober 2025, C-101/24, Finanzamt Hamburg-Altona tegen XYRALITY GmbH, ECLI:EU:C:2025:764
    // CMR-fictie werkt niet door naar plaats van de prestatie.//
    50 Wat betreft de plaats van de dienst die een belastingplichtige overeenkomstig artikel 28 van de btw-richtlijn geacht wordt te hebben afgenomen van een andere belastingplichtige, waarbij deze belastingplichtigen respectievelijk optreden als commissionair en opdrachtgever, moet worden vastgesteld, zoals de advocaat-generaal in punt 53 van zijn conclusie heeft opgemerkt, dat noch uit artikel 28 noch uit een andere bepaling van de btw-richtlijn volgt dat de plaats van deze dienst moet worden bepaald in afwijking van de regels in hoofdstuk 3 van titel V van die richtlijn. De plaats van die dienst moet dus worden bepaald overeenkomstig artikel 44 van de btw-richtlijn.

1.2 Ratio commissionairfictie

  • Conclusie Kokott, Latvijas Informācijas un komunikācijas tehnoloģijas asociācija, C-87/23
    49. De activiteit van een commissionair is in feite een zuivere bemiddelingsdienst, waarvoor hij een provisie ontvangt. Om btw-rechtelijke redenen wordt deze bemiddelingsdienst evenwel anders gekwalificeerd, zodat deze als te verrichten dienst (hoofdprestatie) wordt behandeld. Dit is met name van belang voor de belastingvrijstellingen(15); deze worden hierdoor ook uitgebreid tot de bemiddelingsdienst van de commissionair. Deze fictie leidt bijgevolg tot een gelijke behandeling van de rechtstreekse handelingen en de handelingen als commissionair.

1.3 Echte aan-en-door

1.3.1 Losse fee vormt winstmarge
  • Conclusie Kokott, Latvijas Informācijas un komunikācijas tehnoloģijas asociācija, C-87/23
    38. Doorslaggevend is dat de subcontractant (in casu de opleider) ten opzichte van de persoon die de opleiding volgt niet in eigen naam, maar in (in casu onder de) naam van een derde (te weten in naam van de vereniging) de opleiding voor de persoon die de opleiding volgt heeft verzorgd. Bij het ICT-project is er bijgevolg sprake van twee diensten. Aan de ene kant verleent de opleider een dienst aan de vereniging en aan de andere kant verleent de vereniging een dienst aan de persoon die de opleiding volgt, die deze volledig betaalt. De extra administratiekosten die de vereniging in rekening brengt, zijn de „winstmarge” van de vereniging met betrekking tot de bij de dienstverrichter betrokken opleidingsdienst.

1.3.2 Aan en door leidt tot 2 echte leveringen
  • Conclusie van advocaat-generaal Ćapeta van 25 april 2024, Zaak C-60/23, Digital Charging Solutions GmbH
    48. Niettemin is op grond van de wet een fictieve overdracht van de juridische eigendom toegestaan, zonder dat er sprake is van een feitelijke overdracht.
    49. Volgens de rechtspraak kunnen er geldige redenen zijn waarom goederen niet rechtstreeks zijn ontvangen van degene die de factuur heeft opgesteld, zoals met name het bestaan van twee opeenvolgende verkopen van dezelfde goederen die – in opdracht – rechtstreeks van de eerste verkoper naar de tweede afnemer worden vervoerd, waardoor er sprake is van twee opeenvolgende leveringen in de zin van artikel 14, lid 1, van de btw-richtlijn, maar van één daadwerkelijk transport. Bovendien is het niet noodzakelijk dat de eerste afnemer op het moment van dat transport eigenaar van de betrokken goederen is geworden, aangezien het feit dat er sprake is van een levering in de zin van die bepaling niet veronderstelt dat de juridische eigendom van het goed is overgedragen.(20)

1.4 Volmacht


1.5 Lastgeving

  • Conclusie Kokott, Latvijas Informācijas un komunikācijas tehnoloģijas asociācija, C-87/23
    49. De activiteit van een commissionair is in feite een zuivere bemiddelingsdienst, waarvoor hij een provisie ontvangt. Om btw-rechtelijke redenen wordt deze bemiddelingsdienst evenwel anders gekwalificeerd, zodat deze als te verrichten dienst (hoofdprestatie) wordt behandeld. Dit is met name van belang voor de belastingvrijstellingen(15); deze worden hierdoor ook uitgebreid tot de bemiddelingsdienst van de commissionair. Deze fictie leidt bijgevolg tot een gelijke behandeling van de rechtstreekse handelingen en de handelingen als commissionair.
    50. Uit artikel 28 van de btw-richtlijn volgt echter dat er een lastgeving moet bestaan ter uitvoering waarvan de commissionair voor rekening van de opdrachtgever optreedt bij de verrichting van de dienst.(16) Dit impliceert dat tussen de commissionair en de opdrachtgever een overeenkomst tot verlening van de betrokken lastgeving wordt gesloten.(17) De opdrachtgever wordt daarom in een aantal rechtsorden ook „principaal” genoemd. Geen van beide hypothesen is in casu uitgesloten, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om het bestaan van een dergelijke overeenkomst tot verkoop of koop in commissie vast te stellen.
  • Conclusie van advocaat-generaal Ćapeta van 25 april 2024, Zaak C-60/23, Digital Charging Solutions GmbH
    61. Derhalve vallen de betreffende handelingen onder het commissionairsmodel indien aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet er een lastgeving bestaan ter uitvoering waarvan de commissionair voor rekening van de opdrachtgever optreedt bij de levering van het goed en/of de verrichting van de dienst, en ten tweede moeten de door de commissionair afgenomen goederenleveringen en/of diensten identiek zijn aan die welke aan de opdrachtgever zijn verkocht of overgedragen.(25)

1.6 Op eigen naam

  • Conclusie A-G Kokott, 3 juli 2025, Zaak C-796/23, Česká síť s. r. o.
    56. De relevantie van het naar buiten treden wordt bovendien verduidelijkt door de in de btw-richtlijn opgenomen bepalingen met betrekking tot de commissie bij aankoop of verkoop [artikel 14, lid 2, onder c), en artikel 28]. Met name artikel 28 van de btw-richtlijn(29) maakt duidelijk dat niet zozeer het voor eigen rekening handelen als wel het in eigen naam handelen beslissend is. Zelfs wanneer de handelende persoon in eigen naam maar voor rekening van een derde handelt, verricht hij immers een levering of dienst en blijft hij in dit verband een zelfstandige belastingplichtige

1.7 Voor rekening van een ander

1.7.1 Commissie-NL (Notarissen en deurwaarders)

Commissie-NL (Notarissen en deurwaarders), 235/85
14 Artikel 4, lid 4, sluit al diegenen uit die met een werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids - en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever. Evenwel dient te worden vastgesteld, dat de notarissen en gerechtsdeurwaarders zich niet in een verhouding van ondergeschiktheid bevinden ten opzichte van de overheid, aangezien zij niet in het staatsapparaat zijn opgenomen. Immers, zij oefenen hun activiteiten voor eigen rekening en voor eigen verantwoordelijkheid uit, binnen bepaalde bij de wet gestelde grenzen regelen zij vrijelijk de voorwaarden waaronder zij hun werkzaamheden uitoefenen en zij ontvangen zelf de vergoedingen waaruit zij hun inkomen halen. Het feit dat zij aan disciplinaire controle onder toezicht van de overheid zijn onderworpen, een situatie die ook bij andere wettelijk geregelde beroepen kan worden aangetroffen, alsook het feit dat hun vergoedingen wettelijk worden geregeld, zijn geen voldoende grond om hen aan te merken als personen die zich ten opzichte van een werkgever in een juridische verhouding van ondergeschiktheid bevinden, als bedoeld in artikel 4, lid 4.

Betekent 'voor eigen rekening' hier wie gerechtigd is tot de opbrengsten?

1.7.2 Van der Steen

Van der Steen, C‑355/06

23 In de tweede plaats moet worden opgemerkt dat Van der Steen bij de verrichting van zijn diensten als werknemer niet in eigen naam, voor eigen rekening en onder zijn eigen verantwoordelijkheid handelde, maar voor rekening en onder verantwoordelijkheid van de vennootschap.

29 In punt 18 van dit arrest heeft het Hof eveneens verduidelijkt dat wat de betrokken activiteit betrof, er tussen de maatschap en de maat geen verhouding van ondergeschiktheid analoog aan die bedoeld in artikel 4, lid 4, eerste alinea, van de Zesde richtlijn bestond. Integendeel, bij de verhuur van een lichamelijke zaak aan de maatschap handelde de maat in eigen naam, voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid, ook indien hij tegelijkertijd de maatschap die de zaak huurde, beheerde.

32 Gelet op het voorgaande moet de gestelde vraag aldus worden beantwoord dat voor de toepassing van artikel 4, lid 4, tweede alinea, van de Zesde richtlijn, een natuurlijke persoon die in naam en voor rekening van een belastingplichtige vennootschap alle werkzaamheden van deze laatste verricht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst die hem aan die vennootschap, waarvan hij overigens enig aandeelhouder, bestuurder en personeelslid is, bindt, zelf niet een belastingplichtige in de zin van artikel 4, lid 1, van genoemde richtlijn is.

Wat zijn nou de elementen van het voor eigen rekening handelen? Behoort daar het risico lopen toe? Slaat dat op degene die de overeenkomsten aangaan?

1.7.3 HR inzake Tax Free Shopping

1.8 Disclosed / Undisclosed

  • Feit dat de klant weet wie de principaal is, staat niet in de weg aan de toepassing van de CMR fictie
    XyRality
    HvJ 9 oktober 2025, C-101/24, Finanzamt Hamburg-Altona tegen XYRALITY GmbH, ECLI:EU:C:2025:76440 In dit verband heeft het Hof reeds geoordeeld dat er voor de toepassing van artikel 28 van de btw-richtlijn een lastgeving moet bestaan ter uitvoering waarvan de commissionair voor rekening van de opdrachtgever optreedt bij de verrichting van de dienst. Zelfs in de veronderstelling dat de eindafnemer, ondanks de complexiteit van de transactieketens die kenmerkend kan zijn voor het verrichten van diensten langs elektronische weg, in bepaalde gevallen kennis kan nemen van het bestaan van de lastgeving en de identiteit van de opdrachtgever, volstaan deze omstandigheden op zich echter niet om uit te sluiten dat de belastingplichtige door wiens tussenkomst de dienst wordt verricht handelt in eigen naam maar voor rekening van een ander in de zin van artikel 28. Van belang zijn immers vooral de bevoegdheden waarover deze belastingplichtige beschikt in het kader van de dienst die door zijn tussenkomst wordt verricht (arrest van 28 februari 2023, Fenix International, C‑695/20, EU:C:2023:127, punt 88 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    41 Het enkele feit dat de eindafnemer kennisneemt van de identiteit van de opdrachtgever door middel van orderbevestigingen, die hij noodzakelijkerwijs pas na afloop van het aankoopproces ontvangt, sluit dus de toepassing van artikel 28 van de btw-richtlijn niet uit indien uit andere relevante factoren blijkt dat aan de toepassingsvoorwaarden van deze bepaling is voldaan.

  • Christian Armand
    In the issue 5, 2021 of the International VAT Monitor, I summarize various arguments raised in the Case C-695/20 Fenix International Ltd pending before the Court of Justice of the European Union. Is such e-platform a “disclosed agent” only because the final customer knows the name of the actual supplier who also determines the amount of the subscription fee ? The answer to this question is relevant in order to determine in which relation the VAT on the intermediation service by the e-platform is due and what is the taxable base (the commission obtained by the intermediary or the price paid by the final customer).
    Based on the history of the fiction of commission agent (or “undisclosed agent”) in the VAT Directives, I suggest that the critical point is that the agent intends to secure his fees and therefore he wants that reciprocal obligations exist between himself and the final customer and not between the final customer and the actual supplier (such as in a disclosed agency structure). Therefore, an “undisclosed agent” will logically authorize the charge to the customer or authorize the delivery of the service or sets the general terms of the supply. Actually, this is the way article 9a of the Council Implementing Regulation (EU) 282/2011 clarifies, but not modifies, the scope of article 28 of the VAT Directive. I suggest that the Implementing Regulation is in line with the old concept of “commission agent”, but also with those of vouchers in the VAT Directive and of “facilitator” in the new e-commerce rules since July 1, 2021.

1.9 Vertegenwoordigen

Hof Amsterdam, 14 september 2021, nr. 19/01235, ecli:NL:GHAMS:2021:2744

29. De stelling van eiseres dat zij ter zake van de diensten handelt als commissionair van [A] of een andere Spaanse vennootschap, heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft geen bewijs ingebracht waarmee zij onderbouwt dat zij de diensten op eigen naam maar voor rekening van een ander heeft afgenomen. De Fee Arrangement is hiervoor onvoldoende, nu daaruit niet blijkt dat eiseres als vertegenwoordiger voor een ander optrad. Er staat juist in vermeld dat de kosten die Holdco vergoedt kosten van eiseres zelf zijn. Eiseres heeft niet onderbouwd dat sprake is van een opdrachtgever die tevoren een order tot het afnemen van de diensten aan eiseres heeft gegeven (vergelijk Hoge Raad 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2678).


1.10 Juridische auteur van een handeling

  • Suzlon, r.o. 48
    (…)of hij juridisch gezien de auteur van de handeling is. Dit brengt in dit geval mee dat moet worden nagegaan of Suzlon Wind Energy Portugal de handelingen op grond waarvan de litigieuze debetnota’s zijn opgesteld, in eigen naam als btw-plichtige dan wel namens en voor rekening van Suzlon Energy India heeft verricht

1.11 Lex Specialis

  • Digital Charging Solutions
    37 In deze omstandigheden dient dit samenspel van contractuele betrekkingen te worden onderzocht in het licht van artikel 14, lid 2, onder c), van richtlijn 2006/112, dat de overdracht van een goed ingevolge een overeenkomst tot koop of verkoop in commissie regelt en dat ten opzichte van de algemene definitie van „levering van goederen” van artikel 14, lid 1, van deze richtlijn een lex specialis vormt, waarvan de toepassingsvoorwaarden losstaan van die van dat lid 1 [zie in die zin arrest van 25 februari 2021, Gmina Wrocław (Omzetting van het recht van vruchtgebruik), C-604/19, EU:C:2021:132, punt 55 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

Regelgeving


Jurisprudentie

  • Henfling
    HvJ 14 juli 2011, Zaak C-464/10, Belgische Staat tegen Pierre Henfling en anderen, ECLI:EU:C:2011:489
  • Commissie / Luxemburg (Koepelvrijstelling)
    HvJ 4 mei 2017, zaak C-274/15, Europese Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg, ECLI:EU:C:2017:333, BNB 2018/111
  • Amărăşti
    HvJ 19 december 2019, zaak C-707/18, Amărăşti Land Investment SRL tegen Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Timişoara en Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Timiş, ECLI:EU:C:2019:1136, V-N 2020/3.17
  • ITH Commercial
    HvJ EU 20 november 2020, zaak C-734/19, TH Comercial Timişoara SRL tegen Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti en Agenţia Naţională de Administrare Fiscală – Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Bucureşti – Administraţia Sector 1 a Finanţelor Publice, ECLI:EU:C:2020:919, BNB 2021/31
  • UMCR-ADA
    HvJ 21 januari 2021, zaak C-501/19, UCMR – ADA Asociaţia pentru Drepturi de Autor a Compozitorilor tegen Asociaţia Culturală „Suflet de Român”, ECLI:EU:C:2021:50, V-N 2021/6.19.2
  • Kostov
    HvJ 13 juni 2013, Zaak C‑62/12, Galin Kostov tegen Direktor na Direktsia „Obzhalvane I upravlenie na izpalnenieto” – Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite, ECLI:EU:C:2013:391
  • Fenix
    HvJ 28 februari 2023, Zaak C-695/20, Fenix International Limited tegen Commissioners for Her Majesty's Revenue and Customs, ECLI:EU:C:2023:127, V-N 2023/13.15
  • Lebara (conclusie)
    Conclusie van advocaat-generaal Jääskinen van 8 december 2011, Zaak C-520/10, Lebara Ltd tegen The Commissioners for Her Majesty's Revenue & Customs, ECLI:EU:C:2011:818
  • Fast Bunkering
    HvJ 3 september 2015, zaak C-526/13, UAB „Fast Bunkering Klaipėda” tegen Valstybinė mokesčių inspekcija prie Lietuvos Respublikos finansų ministerijos, ECLI:EU:C:2015:536, V-N 2015/45.14
  • HR 22-10-2004, ECLI:NL:HR:2004:AV0580, m.nt. H.W.M. van Kesteren

Literatuur

belastbare_handeling/commissionair.txt · Last modified: by avdoesum · Currently locked by: 216.73.217.59,172.17.0.1