belastingplichtige:fiscale_eenheid:economische_verwevenheid
Table of Contents
Economische verwevenheid
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
- HR 22 februari 1989, nr. 25 068, ECLI:NL:HR:1989:ZC3993, BNB 1989/112
Invulling verwevenheidseisen - HR 5 juli 2019, nr. 18/01450, ECLI:NL:HR:2019:1118, BNB 2019/135
Verduidelijking ONVEB
2.4.1. Het bestaan van economische verwevenheid als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet moet in elk geval worden aangenomen indien de activiteiten van de betrokken ondernemers in hoofdzaak strekken tot verwezenlijking van eenzelfde economisch doel of indien de activiteiten van de ene ondernemer in hoofdzaak ten behoeve van de andere ondernemer worden uitgeoefend (vgl. HR 22 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC3993).
2.4.2. In rechtsoverweging 3.4 van het arrest van 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:837 (hierna: het arrest van 11 oktober 2013), heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in een geval van financieel en organisatorisch verweven ondernemers ook economische verwevenheid kan worden aangenomen indien tussen de ondernemers onderling niet-verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan. In dit arrest heeft de Hoge Raad voorts geoordeeld dat aan het bestaan van economische verwevenheid op deze grond niet afdoet dat de betrokken ondernemers in meer of minder belangrijke mate goederen leveren aan of diensten verlenen jegens derden. Bij de beantwoording van de vraag of de voor een fiscale eenheid vereiste verwevenheid aanwezig is, moeten de banden van financiële, organisatorische en economische aard in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Een zodanige beoordeling brengt mee dat ondernemers die in financieel en organisatorisch opzicht nauw verweven zijn, tezamen een eenheid als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet vormen indien tussen deze ondernemers niet-verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan.
4. Literatuur
belastingplichtige/fiscale_eenheid/economische_verwevenheid.txt · Last modified: by avdoesum
