Site Tools


bibliografie:ideeen

This is an old revision of the document!


Verzuchtingen

1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur

Marle

  • Cornielje, NLFiscaal, NLF 2018/1647
    Het arrest blinkt voor het overige niet uit in duidelijkheid.
  • Van Norden, FED 2018/166
    Ik houd het er dan ook maar op dat het een ‘slip of the pen’ is van het HvJ EU.
    Vanaf punt 40 van het onderhavige arrest rijst dikke mist op.
    Deus ex machina! Waar deze fraude- of misbruikpassage vandaan komt, is mij onduidelijk.
  • Merkx, BNB 2018/168
    Een moeilijk te begrijpen rechtsoverweging is r.o. 40.

Mydibel

  • Barry Willemsen, NLFiscaal
    Gelet op de overwegingen waartoe het HvJ komt, die toch de nodige vraagtekens oproepen in het licht van eerdere rechtspraak, had een uitgebreide conclusie in deze zaak niet misstaan.
  • C. Herbain, H&I 2019/191
    Unfortunately, the CJ does not give further guidance on how to make that distinction. Furthermore, this assessment is not in line with the general principle of equal treatment.

Fast Bunkering

  • P.D. Vettenburg, H&I 2015/346
    It is not uncommon for there to be a sting in a CJ judgment’s tail. Also in this case about “Fast Bunkering Klaipėda” UAB (“FBK”), the judgment takes a turn that not everybody would have foreseen. As the case concerns chain transactions often used in the shipping industry as well as in other industries, the decision will lead to new discussions and national, and perhaps EU, proceedings.

Don Bosco

  • Redactie V-N, V-N 2009/59.17
    Het HvJ EG ziet de levering door de verkoper en de door de verkoper op zich genomen sloopwerkzaamheden als één voor de omzetbelasting in aanmerking te nemen prestatie. De daaraan ten grondslag liggende overwegingen (r.o. 32 t/m 40) overtuigen ons niet en komen ons bovendien tamelijk gekunsteld voor.
    Het komt ons voor dat het HvJ EG de juridische en economische realiteit enigszins uit het oog verliest. Daardoor overtreedt het HvJ EG ook zijn eigen regels. Zo is - naar wij menen - uit rechtspraak af te leiden dat het, teneinde de functionaliteit van het btw-stelsel niet aan te tasten, niet is toegestaan in een situatie waarbij twee prestaties worden verricht, die prestaties kunstmatig als één handeling te beschouwen. Bovendien - zo de sloopwerkzaamheden al zijn aan te merken als een bijkomende dienst (dat wil zeggen: als een dienst die geen doel op zich is, doch een middel om de hoofddienst zo aantrekkelijk mogelijk te maken) - dan is het op zijn minst opmerkelijk dat die dienst ervoor zorgt dat de hoofddienst een andere fiscale kleur krijgt. Je zou toch eerder verwachten dat het alleen zo is dat de bijkomende dienst het fiscale lot van de hoofddienst deelt. Voor op dat gebied relevante rechtspraak verwijzen we onder andere naar het arrest-CPP (HvJ EG 25 februari 1999, C-349/96 ['Card Protection Plan Ltd'], BNB 1999/224 (V-N 1999/15.28)) en naar het arrest-RLRE Tellmer Property (HvJ EG 11 juni 2009, C-572/07, V-N 2009/29.17).

W GmbH

  • Kesteren, NLFiscaal
    Voor het overige laat dit arrest mij achter in een lichte ontkenningsfase. Kennelijk is ook bij een inmengende houdster het houden van de aandelen een niet-economische activiteit (in een meer gunstige uitleg van dit arrest: niet automatisch onderdeel van de economische activiteit). Daar staat tegenover dat – zoals geschetst – in veel situaties de kosten die betrekking hebben op de verwerving enzovoort (toch) geacht mogen worden hun oorzaak volledig te vinden in de belastbare inmengactiviteit en daarvoor dus volledig te zijn gebruikt (en tot integrale aftrek kunnen leiden). Wellicht dat ik na mijn vakantie de impact van dit arrest in volle omvang ga doorzien. Deze noot is slechts een weergave van mijn begrip tot op dit moment. Tijdens het inpakken van de auto smoort mijn ontkenning ongetwijfeld in een verlangen naar bergen, dalen en kleine beekjes.
  • Cornielje, FED 2023/3
    HvJ EU beslecht deze relatief eenvoudige kwestie door een schot hagel af te vuren waarbij het aan de verwijzende rechter is te bepalen welke wond W uiteindelijk fataal wordt en welke wonden slechts schampschoten betreffen. De rechtszekerheid zou er mee gediend zijn als het HvJ EU eens wat duidelijker onderscheid zou maken tussen de ratio decidendi en de obiter dicta die aan zijn arresten ten grondslag liggen.
    Vrees dat dergelijk beleid in strijd kan komen met het Europese recht is wat mij betreft onnodig. Op dat Europese recht is zo langzamerhand immers geen pijl meer te trekken.

A Oy (Sloop), C-410/17

  • W.J. Blokland, BNB 2019/88
    Tot slot is deze noot langer geworden dan oorspronkelijk de bedoeling was. Het moge illustreren dat er veel meer in de zaak zit dan ook het Hof van Justitie waarschijnlijk heeft onderkend. Een conclusie en een zetel van vijf rechters hadden niet misstaan. Dat het arrest in een driezetel is gewezen.

Phantasialand

  • C. Herbain/J. Englisch, H&I 2021/684
    It is respectfully submitted that judicial discretion in this context does not seem the best ally to the requirement that EU legislation be certain and its application foreseeable by those subject to it. The absence of guidance from the Court through which deciding judges could have forged their convictions is all the more regrettable. In addition, judicial discretion does not seem suitable to rule out actual distortions of competition that the very neutrality principle seeks to prevent. It certainly does not live up to the Court’s standards in other areas of law regarding similar problems, most notably competition law.

bibliografie/ideeen.1681216903.txt.gz · Last modified: by avdoesum