Site Tools


formeel:81_ro

81 RO

1. Aantekeningen

13.5.4.6 Teleurstelling voor de partij van wie het beroep aldus verworpen wordt

share

Authors:M.W.C. Feteris Beroep in cassatie in belastingzaken (FM nr. 142) 2014/13.5.4.6 Voor de partij van wie het beroep in cassatie met toepassing van art. 81 Wet RO ongegrond wordt verklaard, heeft dat uiteraard vaak iets onbevredigends. Deze partij krijgt ongelijk zonder te vernemen waarom.1

TFB 2009/4, blz. 11, geven er daarom de voorkeur aan dat de HR arresten steeds, al is het maar summier, motiveert. Op die grond zijn in enige strafzaken klachten tegen Nederland bij het EHRM ingediend. Daarin werd een beroep gedaan op schending van art. 6 EVRM. Het Straatsburgse Hof vond deze klachten echter kennelijk ongegrond.2 Het is kiezen tussen twee kwaden. Zonder de regeling van art. 81 Wet RO zou de HR niet in staat zijn om voldoende aandacht te besteden aan de zaken die uit een oogpunt van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en kwaliteit van de rechtspraak van (meer) belang zijn.3 Het is bovendien de vraag of partijen bij verwerping van hun cassatieberoep meer bevredigd zouden zijn als het arrest, zoals vóór de inwerkingtreding van deze bepaling, een standaardformule zou bevatten die in de meeste van deze gevallen cassatietechnisch van aard is en dus evenmin op de inhoud ingaat. Om belanghebbenden die een ongemotiveerd arrest krijgen toch nog enige uitleg te geven, stuurt de HR hen een toelichtende brief bij het arrest. In die brief wordt uitgelegd dat de HR de zaak wel volledig heeft beoordeeld, en wordt uiteengezet wat de strekking is van een beslissing op basis van art. 81 Wet RO.4


  • Art. 80a Wet RO: niet-ontvankelijkverklaring met als enige motivering dat klaarblijkelijk onvoldoende belang bij de klachten bestaat of zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden
    Bij art. 80a Wet RO gaat het niet om een ‘zuiver procedurele’ niet-ontvankelijkheid zoals bij te late indiening van het cassatieberoep, niet-betalen van griffierecht of niet-overlegging van een vereiste machtiging. Art. 80a definieert materiële niet-ontvankelijkheden: onvoldoende materieel belang bij het beroep of klaarblijkelijke ongegrondheid van het beroep. Die basis voor niet-ontvankelijkverklaring impliceert een inhoudelijk onderzoek en dus een oordeel over de relevantie van het ingeroepen (EU-)recht.
  • Art. 81 Wet RO: ongegrondverklaring met als enige motivering dat geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of -ontwikkeling rijzen

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur


formeel/81_ro.txt · Last modified: by avdoesum · Currently locked by: 216.73.217.59,172.17.0.1