Site Tools


formeel:beleidsbesluiten

Beleidsbesluiten

1. Aantekeningen

1.1. Uitlegging beleidsbesluiten objectieve beschouwing rechter

  • HR 13 oktober 2017, nr.15/05195, V-N 2017/50.13, r.o. 2.5.2.
    2.5.2. Bij de beoordeling van middel II wordt vooropgesteld dat bij de uitlegging van beleidsregels – zoals die zijn opgenomen in de bankenresolutie – ervan moet worden uitgegaan dat belastingplichtigen deze hebben moeten begrijpen zoals deze naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze dienen te worden opgevat (vgl. HR 10 februari 2017, nr. 15/04877, ECLI:NL:HR:2017:185, BNB 2017/80, en HR 2 maart 1983, nr. 21662, BNB 1983/150).
  • HR 10 februari 2017, nr. 15/04877, BNB 2017/80, r.o. 2.3.2)
    2.3.2. Bij de beoordeling van het middel wordt vooropgesteld dat bij de uitlegging van beleidsregels – zoals opgenomen in het Besluit – ervan moet worden uitgegaan,__ dat belastingplichtigen deze hebben moeten begrijpen zoals deze naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze dienen te worden opgevat__ (vgl. HR 2 maart 1983, nr. 21662, BNB 1983/150).
  • HR 2 maart 1983, nr. 21662, BNB 1983/150
    O. ambtshalve:
    dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het, ter beantwoording van de vraag of de Inspecteur in strijd met evenbedoelde brieven van de Staatssecretaris heeft gehandeld, een marginale toetsing dient toe te passen, medebrengende dat voor 's Hofs ingrijpen alleen dan plaats is indien de Inspecteur de uitlating niet heeft kunnen opvatten, zoals hij doet;
    dat immers de rechter, nu het hier om algemene, ter kennis van het publiek gekomen uitlatingen gaat, bij de uitlegging van die uitlatingen ervan behoort uit te gaan, dat belastingplichtigen deze hebben moeten begrijpen zoals zij naar de objectieve beschouwing van de rechter redelijkerwijze dienen te worden opgevat;

1.2 Uitlegging beleidsbesluiten in overeenstemming of in strijd met wet

  • HR 4 juni 1980, nr. 19 058, BNB 1980/218 (noot Schuttevâer), NJ 1981/564
    Indien een beleidsregel zowel kan worden uitgelegd in overeenstemming met de wet als in strijd met de wet, zal de rechter de uitleg conform de wet laten prevaleren.

1.3 In dubio

  • HR 23 november 1994, nr. 29 949, BNB 1995/27
    In het recht is geen steun te vinden voor de opvatting dat de a.b.b.b. meebrengen dat een resolutie die voor verschillende interpretatie vatbaar is, op de voor de belastingplichtige meest gunstige wijze moet worden uitgelegd.
  • Bij wetsinterpreterende beleidsregels zal bij meerdere mogelijke objectieve uitleggen van het beleid, de wetsconforme uitleg de voorkeur krijgen. Het gaat dus niet om de voor de belastingplichtige meest gunstige uitleg. 17 Bij een goedkeurende beleidsregel, die per definitie contra legem is, wordt een rechtsgevolg beoogd in afwijking van de wet en is deze voorrangsregel niet van toepassing. Overigens kan onder omstandigheden ook contra-legembeleid, dat niet was bedoeld als gepubliceerd goedkeurend beleid, wel als zodanig worden aangemerkt.

1.4 Uitlegging ten nadele van de belastingplichtige

Beleidsregels kunnen wel ten voordele maar niet ten nadele van de belastingplichtige worden uitgelegd op grond van interne — niet behoorlijk bekend gemaakte — stukken (HR 19 april 2000, nr. 34 291, BNB 2001/315 (noot Ch.J. Langereis), FED 2000, 421) noch op grond van een door inspecteur gestelde strekking die niet met zoveel woorden in de tekst van de regeling is opgenomen en voor zover die afwijkt van de letterlijke tekst (HR 19 december 1990, nr. 26 990, BNB 1991/61. In HR 23 juni 1993, nr. 29 055, BNB 1993/272 (noot P.J. Wattel) is echter in een geval waarin de strekking bleek uit de gepubliceerde toelichting op de regeling, wèl ten nadele van de belastingplichtige van de letterlijke tekst afgeweken.).


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur


formeel/beleidsbesluiten.txt · Last modified: by avdoesum