Site Tools


formeel:cassatie

Cassatie

1. Aantekeningen

1.1 Standaard formuleringen

1.2 Weergeven van middelen

  • Middelen (of -onderdelen) die worden afgedaan met 81 RO schrijven we vrijwel nooit uit.
  • Hoe uitgebreider een middel(onderdeel) wordt besproken hoe meer dat wordt weergegeven. Maar die weergave kan ook weer worden ingevlochten in de oordelen daarover (bijv.: “…dat, zoals het middel betoogt (…; volgt weergave betoog), doet aan dit oordeel niet af.”)

1.3 Feitelijkheden

Eerst rechtskader beschrijven. Vervolgens moet dan worden uitgeschreven dat en waarom het Hof dat rechtskader niet heeft miskend. Daarna kan dat worden aangevuld met: (i) de overweging dat de bestreden oordelen verder, als zijnde van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet verder kunnen worden getoetst; het zgn gemengde oordeel; of (ii) als het Hof er geheel of ten dele te ver naast zit; dan plaatsen we ons eigen (deels feitelijke) oordeel daarvoor in de plaats en laten het hofoordeel in zoverre voor wat het is. Het eigen oordeel van de HR brengt dan mee dat het middel niet slaagt; of (iiI) een variant: iets als “In de bestreden oordelen ligt besloten” of “Met de bestreden oordelen heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat” het niet helemaal zorgvuldig of volledig heeft opgeschreven. Dan lezen we de bestreden oordelen verbeterd. Dat laat je dan volgen door het oordeel dat die oordelen aldus verstaan geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en verder, als zijnde van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet verder kunnen worden getoetst.


1.4 Middel slaagt vs middel is terecht voorgesteld

  • Middel slaagt: het slagen van het middel leidt tot een andere uitkomst dan waartoe het Hof is gekomen
  • Middel is terecht voorgesteld: het middel is terecht voorgesteld, maar dat leidt NIET tot een andere uitkomst dan waartoe het Hof is gekomen
  • Middel faalt vs middel behoeft geen behandeling: faalt, dan is inhoudelijk behandeld. Behoeft geen behandeling, HR is er niet aan toegekomen om het middel te behandelen.

1.5 Voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie

  • Een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep komt alleen aan snee, indien de middelen van het principale cassatieberoep tot de conclusie leiden dat het door die middelen bestreden oordeel van het Hof de beslissing niet kan dragen.
    Dan wordt toegekomen aan de vraag of het oordeel van het Hof op andere gronden wel in stand kan blijven.
    Als de middelen van het principale beroep falen, wordt aan een voorwaardelijk ingesteld cassatieberoep niet toegekomen.
  • Een “voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel” bestaat eigenlijk niet.
    Naspeuring op rechtspraak.nl op “voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel” leverde geen enkele hit op in arresten van de belastingkamer van de Hoge Raad, wel in een enkele CPG van de A-G’s.
    Het kan alleen-zijn het middel dat in een (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep wordt voorgesteld.
    De juiste benadering is dat het wel of niet een (voorwaardelijk) incidenteel ingesteld cassatieberoep (dus niet: middel). Of dat het geval is, hangt ervan af of het een ander oordeel/beslissing van het Hof betreft dan waartegen de in het principale cassatieberoep voorgestelde middelen zijn gericht.

1.6 Verwijzingen

  • Den Haag –> Amsterdam
  • Amsterdam –> Den Haag
  • Den Bosch –> Arnhem-Leeuwarden

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie


4. Literatuur

4.1 Grenzen cassatie: (geen) nieuwe feiten/juridische betogen

  • Feteris, Beroep in cassatie in belastingzaken, blz. 94
    Dat de HR bij de beoordeling van de bestreden uitspraak niet mag onderzoeken of de lagere rechter de feiten juist heeft vastgesteld, brengt mee dat hij daarbij a. niet bevoegd is het reeds aangevoerde bewijs opnieuw te beoordelen; en b. evenmin nieuw bewijs in zijn beschouwingen mag betrekken. 260 HR 23 februari 1977, BNB 1977/113, omschreef het aldus dat in cassatie niet kan worden onderzocht of de rechter die over de feiten oordeelt bepaalde feiten met juistheid heeft vastgesteld, terwijl in cassatie evenmin plaats is voor nader onderzoek of bewijslevering met betrekking tot zulke feiten. Dit laatste brengt mee dat het geen zin heeft een oordeel van de lagere rechter in cassatie aan te vechten met een beroep op feitelijke stellingen of bewijsmiddelen die in lagere instantie nog niet waren aangevoerd (een zgn. novum in cassatie). De HR mag daarop geen acht slaan. Voor zover het om feitelijke gegevens gaat, kunnen klachten in cassatie en de beoordeling daarvan enkel gebaseerd zijn op de bestreden uitspraak en de stukken van het geding tot aan de cassatiefase. 261 Het aanvoeren van nieuwe feitelijke stellingen en bewijsmiddelen in cassatie is dus bij voorbaat kansloos. 262 Dergelijke betogen maken daardoor (nog) minder kans dan een herhaald beroep op feiten die reeds voor de lagere rechter waren aangevoerd, want zo’n herhaald beroep zou eventueel nog kunnen leiden tot cassatie wegens een motiveringsgebrek.263
    Ook het aanvoeren in cassatie van een juridisch betoog dat voor de lagere rechter nog niet naar voren was gebracht, is veelal zinloos. Principieel uitgesloten is het niet, maar de HR kan op een dergelijk betoog alleen ingaan als het blijft binnen de grenzen van het geschil voor de lagere rechter. Alleen binnen die grenzen valt de lagere rechter mogelijk iets te verwijten; daarbuiten mag hij niet treden op grond van art. 8:69, lid 1 Awb. Bovendien moet het nieuwe juridische betoog – gegeven de vaststaande feiten – onder alle omstandigheden opgaan, zodat beoordeling ervan door de HR geen waardering van de vaststaande feiten vergt of onderzoek naar nog niet vastgestelde feiten.
    Veelal vergt de beoordeling van een nieuw juridisch betoog echter mede een onderzoek naar en waardering van feiten, en moet de HR er daarom aan voorbijgaan. 265 Dat geldt ook indien het nieuwe juridische betoog een beroep op een verdragsregeling inhoudt.266
    Feitelijke stellingen die nog niet voor de lagere rechter zijn ingenomen kunnen in cassatie wel worden aangevoerd als het gaat om klachten over de procesgang bij de lagere rechter. Dan betreft het niet de vaststelling van feiten door de lagere rechter, die de HR niet mag herbeoordelen, maar de gang van zaken in de procedure bij die rechter.267

Voorbeelden feitelijke oordelen

  • Feteris, Beroep in cassatie in belastingzaken, blz. 101
    Als voorbeelden 306om de gedachten te bepalen noem ik oordelen over:
    * wat iemand verklaard heeft en of de verklaring van een partij of getuige geloofwaardig is; 307 meer in het algemeen geldt dit voor de keuze en waardering van de bewijsmiddelen, 308 voor zover deze niet door een wettelijk voorschrift wordt gereguleerd;
  • wat iemand wist, 309 wilde 310 of beoogde; 311
  • welke gebeurtenissen tijdens de procedures van aanslagregeling en bezwaar en tijdens de procedure voor de feitenrechter 312 hebben plaatsgevonden;
  • gevolgtrekkingen 313 en vermoedens 314 die de rechter aan vaststaande feiten verbindt;
  • de vergelijkbaarheid van bedrijven in het kader van hun winstmarge; 315
  • de schatting van de waarde van een zaak in goede justitie; 316 en
  • de vraag of in geval van zgn. omkering van de bewijslast op basis van (thans) art. 27e AWR het overtuigende tegenbewijs door de belastingplichtige is geleverd.317

Gedingstukken lagere instanties zijn bepalend

  • Feteris, Beroep in cassatie in belastingzaken, Blz 114
    Bij zijn oordeel over de motivering van feitelijke oordelen door de lagere rechter is de HR gebonden aan de inhoud van de gedingstukken in lagere instantie.

formeel/cassatie.txt · Last modified: by avdoesum