formeel:proceskostenvergoeding
This is an old revision of the document!
Table of Contents
Proceskostenvergoeding
1. Aantekeningen
2. Regelgeving
3. Jurisprudentie
3.1. Kosten bezwaar
- Kamerstukken II 1999/2000, 27 024, nr. 3, p. 5; Kamerstukken II 2000/01, 27 024, nr. 14, blz. 1-2 en Kamerstukken II 2000/01, 27 024, nr. 15.
- Hof Den Bosch, 8 juli 2021, nr. 19/00718, ecli:NL:GHSHE:2021:2127
Voor kosten in verband met de behandeling van een bezwaar geldt dat de vermindering van de belastingaanslag te wijten moet zijn aan een door de inspecteur begane onrechtmatigheid. - Hof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3315 (Richtsnoer proceskostenvergoeding)
Richtsnoer proceskostenvergoeding - Gerechtshof Arnhem Leeuwarden, 25 januari 2022, nrs. 20/00839 t/m 20/00842, ECLI:NL:GHARL:2022:488
5 Griffierecht en proceskosten
Omdat het Hof het hoger beroep gegrond verklaart, bepaalt het Hof dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt.
Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende voor de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken.
Naar het oordeel van het Hof is sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het zal afwijken van het tarief dat is opgenomen om artikel 2, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. In elk geval een van de beide aandeelhouders van belanghebbende was vermeld op de FSV-lijst. Niet kan worden vastgesteld wat de reden was voor die vermelding. Hoewel die vermelding mogelijk niet de aanleiding is geweest voor het onderzoek, acht het Hof aannemelijk dat de vermelding van belanghebbende grote invloed heeft gehad op het verloop van het onderzoek, op de vaststelling van de naheffingsaanslagen, op de behandeling van de bezwaarschriften en op de opstelling van de Inspecteur tijdens de gerechtelijke procedures over de naheffingsaanslagen. Daarbij verdient nog opmerking dat het in het onderhavige geval – anders dan in het arrest HR 10 december 2021, nr. 20/02304, ECLI:NL:HR:2021:1748 – gaat om naheffingsaanslagen die zijn gebaseerd op correcties waarvan de Inspecteur de bewijslast draagt. De naheffingsaanslagen hebben geleid tot verhoging van het verzamelinkomen van [naam1] , waardoor eerder toegekende toeslagen zijn teruggevorderd. Algemeen is bekend dat hardvochtig is opgetreden bij de terugvordering van toeslagen van personen die waren vermeld op de FSV-lijst. Het Hof verwijst in dit verband naar het verslag ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (Kamerstukken II, 2020/21, 35.510, nr. 2). Ook overigens heeft belanghebbende aanmerkelijk nadeel ondervonden van de vermelding op de FSV-lijst. Illustratief daarvoor zijn de honderden blauwe enveloppen die belanghebbende en haar aandeelhouder [naam1] en diens partner ontvingen. Dit heeft ertoe geleid dat zij meer dan honderd bezwaarschriften hebben ingediend en aanmerkelijke kosten hebben moeten maken voor rechtsbijstand. Belanghebbende heeft onweersproken verklaard dat deze kosten in totaal meer dan € 42.000 belopen, waarvan het grootste gedeelte betrekking heeft op de onderhavige zaak. Het Hof zal op grond van het voorgaande de vergoeding voor de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand vaststellen op € 25.000.
4. Literatuur
formeel/proceskostenvergoeding.1770642233.txt.gz · Last modified: by avdoesum
