Site Tools


tarieven:verlaagd_tarief:restaurant-_en_catering_post_b.12

This is an old revision of the document!


Restaurant- en catering

1. Aantekeningen


2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

  • Dit geldt des te meer gelet op het volgende: terwijl zowel punt 1 als punt 12 bis van bijlage III bij de btw-richtlijn betrekking kan hebben op identieke of soortgelijke levensmiddelen als „levensmiddelen” respectievelijk spijzen die het voorwerp zijn van „restaurantdiensten, restauratie en cateringdiensten”, volgt uit artikel 6 van uitvoeringsverordening nr. 282/2011 dat de Uniewetgever voor de kwalificatie van een belastbare handeling als „restaurant- en cateringdiensten” geen doorslaggevend belang heeft willen toekennen aan de levensmiddelen zelf noch aan de wijze waarop de spijzen worden bereid of geleverd, maar wel aan de bijkomende diensten die met de levering van de bereide spijzen gepaard gaan, aangezien die diensten toereikend moeten zijn om de onmiddellijke consumptie van deze spijzen mogelijk te maken en die diensten de overhand moeten hebben op de geleverde spijzen (zie in die zin arrest van 22 april 2021, Dyrektor Izby Administracji Skarbowej w Katowicach, C-703/19, EU:C:2021:314, punt 58).
  • HR 8 november 2019, nr. 18/00405, ECLI:NL:HR:2019:1724, BNB 2020/1, V-N 2019/54.21, FED 2020/17, NLF 2019/2518, NTFR 2019/2797 (Alcoholische drank in restaurant)
    2.4.1 Wanneer verschillende handelingen van een ondernemer voor de heffing van omzetbelasting tezamen één enkele prestatie vormen, geldt als regel dat op die ene prestatie een en hetzelfde btw-tarief van toepassing is (vgl. het arrest Stadion Amsterdam1 met name punt 26 en de aldaar aangehaalde rechtspraak). Op de regel dat onderzocht moet worden of verschillende handelingen van een ondernemer als één samengestelde prestatie moeten worden beschouwd, bestaan echter uitzonderingen. In het arrest Stadion Amsterdam heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat zo’n uitzondering zich in het bijzonder voordoet wanneer een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de hem geboden vrijheid een verlaagd btw-tarief selectief toe te passen op een concrete en specifieke werkzaamheid, die als zodanig kan worden geïdentificeerd los van de overige door de ondernemer verrichte prestaties. Om in een dergelijk geval te bepalen of dat verlaagde btw-tarief in overeenstemming met artikel 96 tot en met artikel 99, lid 1, van BTW-richtlijn 2006 wordt toegepast in die lidstaat is volgens het Hof van Justitie niet van doorslaggevend belang of een handeling die bestaat uit meerdere elementen, moet worden beschouwd als één enkele prestatie.
    2.4.2 Op grond van artikel 98, lid 2, van BTW-richtlijn 2006 in samenhang gelezen met Bijlage III van die richtlijn, is het lidstaten toegestaan een verlaagd tarief toe te passen op onder meer “levensmiddelen (met inbegrip van dranken, maar met uitsluiting van alcoholhoudende dranken) voor menselijke of dierlijke consumptie” (Bijlage III, punt 1). Op grond van punt 12bis van Bijlage III mogen voorts aan een verlaagd tarief worden onderworpen “restaurantdiensten, restauratie en cateringdiensten, waarbij het mogelijk is de levering van (alcoholhoudende en/of niet-alcoholhoudende) dranken uit te sluiten”.
    Punt 12bis is met ingang van 1 juni 2009 aan Bijlage III van BTW-richtlijn 2006 toegevoegd. Dit is gebeurd bij Richtlijn 2009/47/EG2 (hierna: de wijzigingsrichtlijn). In het voorstel voor de wijzigingsrichtlijn3 heeft de Commissie de opname van punt 12bis (in het voorstel aangeduid als categorie 12a) in Bijlage III als volgt toegelicht:
    “Categorie 12a (restaurant- en cateringdiensten): (…) Ter wille van de coherentie met categorie 1 van de levensmiddelen is de levering van alcoholhoudende dranken evenwel uitgesloten. In afwijking van het beginsel “eenzelfde verrichting, eenzelfde tarief” dat voor restaurantdiensten zou moeten gelden, is de uitsluiting van deze dranken een passend middel om te vermijden dat een normaal btw-tarief wordt toegepast voor alcoholhoudende dranken wanneer zij als zodanig worden gekocht, en een verlaagd btw-tarief wanneer zij deel uitmaken van een restaurantdienst. (…)”.
    Categorie 12a van het voorstel voor de wijzigingsrichtlijn is ongewijzigd overgenomen in de wijzigingsrichtlijn, afgezien van de toevoeging van niet-alcoholhoudende dranken aan de van een verlaagd tarief uit te sluiten restaurantverstrekkingen. Overweging 3 van de considerans van de wijzigingsrichtlijn heeft dezelfde strekking als de hiervoor opgenomen toelichting van de Commissie.
    Gezien deze totstandkomingsgeschiedenis van punt 12bis van Bijlage III is het de uitdrukkelijke bedoeling van de richtlijngever om lidstaten de mogelijkheid te geven de verstrekking van alcoholhoudende dranken uit te zonderen van het verlaagde btw-tarief, ook indien deze verstrekking deel uitmaakt van een uit verschillende elementen bestaande restaurantdienst.
    Mede in aanmerking genomen hetgeen hiervoor in 2.4.1 is overwogen, betekent dit dat indien een lidstaat gebruik heeft gemaakt van deze mogelijkheid van selectieve toepassing van het verlaagde tarief, het niet meer van doorslaggevend belang kan zijn of de verstrekking van deze dranken deel uitmaakt van een samengestelde restaurantdienst. Het middel faalt in zoverre.
  • HvJ 5 maart 2026, gevoegde zaken C-409/24, C-410/24 en C-411/24 (J, D en D), ECLI:EU:C:2026:149, NLF 2026/0447 (Hotels)
    61 Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat wanneer een lidstaat met inachtneming van het beginsel van fiscale neutraliteit gebruik heeft gemaakt van zijn beoordelingsvrijheid en concrete en specifieke aspecten van een in bijlage III bij de btw-richtlijn genoemde categorie van diensten afzonderlijk in aanmerking heeft genomen, niet hoeft te worden onderzocht of de aldus afzonderlijk in aanmerking genomen prestaties en de nevenprestaties daarbij uit het oogpunt van de gemiddelde consument moeten worden beschouwd als één enkele handeling, aangezien die laatste omstandigheid niet van doorslaggevend belang is voor de uitoefening door de lidstaten van de hun bij deze richtlijn geboden beoordelingsvrijheid inzake de selectieve toepassing van het verlaagde btw-tarief op basis van algemene en objectieve criteria (zie in die zin arrest van 6 mei 2010, Commissie/Frankrijk, C‑94/09, EU:C:2010:253, punten 33 en 34). \\** 62** Aan deze uitlegging wordt niet afgedaan door de arresten van 18 januari 2018, Stadion Amsterdam (C‑463/16, EU:C:2018:22), en 4 mei 2023, Finanzamt X (Blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines) (C‑516/21, EU:C:2023:372), waaraan de verwijzende rechter in zijn verwijzingsbeslissingen refereert.

4. Literatuur


tarieven/verlaagd_tarief/restaurant-_en_catering_post_b.12.1774339826.txt.gz · Last modified: by avdoesum