Site Tools


vrijstellingen:krediet

Krediet (135(1)(b)

1. Aantekeningen

1.1 Kredietverlening

  • Hof Amsterdam, 21 december 2023, nr. 22/2387 tot en met 22/239, ECLI:NL:GHAMS:2023:3182
    13.7. Als regel is de civielrechtelijke vorm van een geldverstrekking beslissend voor de belastingwet. Dit is voor de omzetbelasting niet anders. Indien de verstrekking civielrechtelijk niet als aandelenkapitaal geldt, dan heeft voor de fiscale kwalificatie van die geldverstrekking als uitgangspunt te gelden dat bepalend is of er een verplichting tot terugbetaling bestaat. Indien volgens die civielrechtelijke vorm een terugbetalingsverplichting geldt, dan bestaat naar civiel recht een schuld die voor de toepassing van de belastingwet niet als het verstrekken van kapitaal is aan te merken, drie specifieke uitzonderingen daargelaten (Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:874).
  • Het verstrekken van één rentedragende lening volstaat om te worden aangemerkt als ondernemer volgens HR 5 februari 1992, nr. 27413, ECLI:NL:HR:1992:BH8239.

  • Companhia União de Crédito Popular SA, C-89/23
    40 Wat artikel 135, lid 1, onder b), van de btw-richtlijn betreft, dient te worden opgemerkt dat de verlening van kredieten in de zin van die bepaling er onder meer in bestaat dat tegen vergoeding een geldsom ter beschikking wordt gesteld (arrest van 6 oktober 2022, O. Fundusz Inwestycyjny Zamknięty reprezentowany przez O, C‑250/21, EU:C:2022:757, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    41 Inzonderheid moet de uitdrukking „verlening van kredieten en de bemiddeling inzake kredieten” in die bepaling ruim worden uitgelegd. Zij kan dus niet louter betrekking hebben op de door banken en financiële instellingen verleende leningen en kredieten (arrest van 17 december 2020, Franck, C‑801/19, EU:C:2020:1049, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    42 In dit verband volgt uit de rechtspraak dat de vergoeding voor de terbeschikkingstelling van een geldsom door kredietverlening weliswaar in beginsel bestaat uit de betaling van rente, maar dat het gebruik van andere vormen van tegenprestatie niet kan verhinderen dat een handeling wordt aangemerkt als „verlening van kredieten” in de zin van artikel 135, lid 1, onder b), van de btw-richtlijn. Het Hof heeft namelijk reeds geoordeeld dat de prefinanciering van de aankoop van goederen in ruil voor een verhoging van het door de begunstigde van deze financiering terugbetaalde bedrag, een financiële transactie vormt die lijkt op de verlening van een krediet en dus krachtens deze bepaling van btw is vrijgesteld (arrest van 6 oktober 2022, O. Fundusz Inwestycyjny Zamknięty reprezentowany przez O, C‑250/21, EU:C:2022:757, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
    43 Dienaangaande zij evenwel eraan herinnerd dat de bewoordingen waarin de in artikel 135, lid 1, van de btw-richtlijn bedoelde vrijstellingen zijn omschreven strikt moeten worden uitgelegd, daar dit afwijkingen zijn van het algemene beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht (arrest van 6 oktober 2022, O. Fundusz Inwestycyjny Zamknięty reprezentowany przez O, C‑250/21, EU:C:2022:757, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak)

  • Kosmiro, C-232/24
    43. De verlening van kredieten in de zin van die bepaling bestaat er onder meer in dat tegen vergoeding een geldsom ter beschikking wordt gesteld (arrest van 6 oktober 2022, O. Fundusz Inwestycyjny Zamknięty reprezentowany przez O, C-250/21, EU:C:2022:757, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak

1.2 Factoring

  • MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring (C-305/01, EU:C:2003:377)
  • GFKL Financial Services (C-93/10, EU:C:2011:700)
  • Franck, C-801/19, EU:C:2020:1049
  • Kosmiro, C-232/24

1.3 Inning van schuldvorderingen

  • Kosmiro, C-232/24
    50. Volgens de rechtspraak doelt het begrip „invordering van schuldvorderingen” in de zin van artikel 135, lid 1, onder d), van de btw-richtlijn op financiële handelingen strekkende tot het verkrijgen van de betaling van een geldschuld (arrest van 28 oktober 2010, Axa UK, C-175/09, EU:C:2010:646, punt 31 en de aangehaalde rechtspraak).

2. Regelgeving


3. Jurisprudentie

3.1 Bemiddeling

  • CSC Financial Services, C-235/00, EU:C:2001:696
  • DTZ Zadelhoff, C-259/11, EU:C:2012:423
  • Kerr, C-615/16, niet gepubliceerd, EU:C:2017:906
  • Volker Ludwig, C-453/05, EU:C:2007:369
  • Versãofast, Unipessoal, Lda, T-657/24
  • Merchant bank arrest (achterhaald?)
  • Arthur Anderson
  • Aspire
  • J.C.M. Beheer (contrast: Cantor Fitzgerald)
  • Q-GmbH, C-907/19
  • Veronsaajien
    HvJ 17 juni 2026, Zaak T-184/25, Veronsaajien oikeudenvalvontayksikkö tegen A Oy, ECLI:EU:T:2026:399

4. Literatuur


vrijstellingen/krediet.txt · Last modified: by avdoesum